De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 20:00.
Dhr. Kazandjian uit de Beemdenlaan heeft een vraag over het DIFTAR plan. In het huidige systeem komt het regelmatig voor dat afvalzakken niet worden opgehaald. Na telefonisch contact met IGEAN wordt het afval doorgaans alsnog opgehaald. Met de invoering van het nieuwe DIFTAR-systeem is voorzien dat de afvalcontainers tweewekelijks worden geledigd. Kan worden gegarandeerd dat deze ophalingen volgens schema en zonder onderbrekingen zullen plaatsvinden?
Peter Scholiers antwoordt: Het behoort tot de basisverplichtingen van IGEAN om het afval conform de vastgelegde ophaalrondes en voorziene termijnen op te halen. De invoering van DIFTAR brengt hierin geen wijziging. De melding met betrekking tot de problematiek in uw straat werd rechtstreeks overgemaakt aan onze contactpersonen bij IGEAN en zal door ons verder worden opgevolgd.
Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zoals goedgekeurd op 20 januari 2025; Artikel 32
Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad zoals goedgekeurd op 20 januari 2025
Er is 1 publieksvraag, zie zittingsverslag voor integrale versie.
Op 17 november 2025 vond een gemeenteraad plaats waarvan de notulen en het zittingsverslag in een volgende zitting moeten worden goedgekeurd.
De notulen zijn terug te vinden in bijlage, het zittingsverslag werd gepubliceerd op de gemeentewebsite en is raadpleegbaar via https://www.kontich.be/zittingsverslagen-raden
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 32
Enig artikel.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 17 november 2025 worden goedgekeurd.
In een schrijven aan de voorzitter van de gemeenteraad van 14 oktober 2025 dient mevr. Sophie Baeckelmans haar ontslag in als gemeenteraadslid van de gemeente Kontich vanaf 1 januari 2026. Conform artikel 13 van het decreet lokaal bestuur blijft ze haar mandaat als raadslid nog uitoefenen tot haar opvolger is geïnstalleerd.
Op 5 november 2025 bevestigde Ann Dierickx - 1ste opvolger- dat ze haar mandaat als gemeenteraadslid zal opnemen. De eedaflegging zal gebeuren op de gemeenteraad van 19 januari 2026.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt kennis van het ontslag van raadslid Sophie Baeckelmans. Conform artikel 13 van het decreet lokaal bestuur blijft zij haar mandaat als raadslid nog uitoefenen tot haar opvolger is geïnstalleerd.
In een schrijven aan de voorzitter van de gemeenteraad van 14 november 2025 dient dhr. Ronny Roofthooft zijn ontslag in als gemeenteraadslid van de gemeente Kontich met als laatste gemeenteraad de zitting van 15 december 2025. Conform artikel 13 van het decreet lokaal bestuur blijft hij zijn mandaat als raadslid nog uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd.
Op 18 november 2025 bevestigde Dominique Dombret - 2de opvolger- dat ze haar mandaat zal opnemen en dat de eedaflegging zal gebeuren op de gemeenteraad van 19 januari 2026.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt kennis van het ontslag van raadslid Ronny Roofthooft. Conform artikel 13 van het decreet lokaal bestuur blijft hij zijn mandaat als raadslid nog uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd.
Op 10 november 2025 ontving het secretariaat via het digitaal loket van het Agentschap Binnenlands Bestuur de brief van de gouverneur betreffende de jaarrekening gemeentebestuur Kontich 2024 . De brief zit in bijlage.
Art. 332 § 1 derde lid van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid ter kennis worden gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of raad voor maatschappelijk welzijn.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De raad neemt kennis van de goedkeuring van de jaarrekening 2024 van het gemeentebestuur door de gouverneur, bij gouverneursbesluit van 5 november 2025.
Wijziging 2025/1 van het meerjarenplan 2020-2025 van het AGB Kontich werd vastgesteld door de Raad van Bestuur in zitting van 15 december 2025. Het wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Artikel 41, §2, 21° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de goedkeuring van het meerjarenplan, en de aanpassingen ervan, van een autonoom gemeentebedrijf.
Enig artikel.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan wijziging 2025/1 van het meerjarenplan 2020-2025 van het AGB Kontich, vastgesteld door de Raad van Bestuur van het AGB Kontich op 15 december 2025.
De beleidsrapporten van de gemeente en het OCMW vormen een geïntegreerd geheel.
Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.
In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.
In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financieel evenwicht wordt gehandhaafd.
De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen en het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Artikel 41 3° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de goedkeuring van de beleidsrapporten van het gemeentebestuur en het OCMW en de aanpassingen ervan.
Het advies van het managementteam dd. 17 november 2025.
Artikel 1.
De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast, voor het gedeelte van de gemeente, omvattende de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. De kredieten voor 2025 worden aangepast en vastgesteld.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed, voor het gedeelte van het OCMW, volgens het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden.
De budgetwijziging 2025 van de Kerkfabriek Heilige Michaël werd gecoördineerd ingediend door het Centraal Kerkbestuur Kontich op 15 november 2025.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Art. 48-50 van het decreet van 7 mei 2004 over de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en in het bijzonder de aktename van de gemeenteraad van de budgetwijzigingen binnen een termijn van 50 dagen na het gecoördineerd indienen door het CKBK
De budgetwijziging 2025 van de Kerkfabriek Heilige Michaël werd gunstig geadviseerd door Monseigneur Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, op 14 november 2025.
Financiële nota (zie bijlage)
Exploitatietoelage = € 0,00
Investeringstoelage = € 0,00
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt akte van de budgetwijziging 2025 van de Kerkfabriek Heilige Michaël.
De budgetwijziging 2025 van de Kerkfabriek Sint-Martinus werd gecoördineerd ingediend door het Centraal Kerkbestuur Kontich op 15 november 2025.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Art. 48-50 van het decreet van 7 mei 2004 over de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en in het bijzonder de goedkeuring van de gemeenteraad van de budgetwijzigingen binnen een termijn van 50 dagen na het gecoördineerd indienen door het CKBK
De budgetwijziging 2025 van de Kerkfabriek Sint-Martinus werd gunstig geadviseerd door Monseigneur Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, op 14 november 2025.
Financiële nota (zie bijlage)
Exploitatietoelage = € 3417,8
Investeringstoelage = € 0,00
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt de budgetwijziging 2025 van de Kerkfabriek Sint-Martinus niet goed.
Het budget 2026 werd goedgekeurd door de politieraad op 24 november 2025.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Artikel 1.
De gemeenteraad besluit :
Art. 2.
De gemeenteraad besluit deze beslissing over te maken aan de Gouverneur van de provincie Antwerpen.
Om het meerjarenplan 2026-2031 van voldoende financieringsmiddelen te voorzien, stelt het college voor om vanaf 1 januari 2026:
Ter compensatie van de verhoogde opcentiemen onroerende voorheffing worden volgende belastingen niet meer geheven:
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Enig artikel.
De gemeenteraad besluit volgende belastingen af te schaffen met ingang van 1 januari 2026.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73010000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement aanvullende personenbelasting goed.
Belasting aanvullende personenbelasting
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2.
De belasting wordt vastgesteld op 5,7 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73000000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement opcentiemen onroerende voorheffing goed:
Belasting opcentiemen onroerende voorheffing
Artikel 1. - Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
| Categorie |
Waarde aanslagjaar |
Toelichting |
| BASIS |
860 |
Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan € 1.500,00 |
| CATEGORIE 1 |
890 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen € 1.500,00 en € 5.000,00 |
| CATEGORIE 2 |
920 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar KI tussen € 5.000,00 en € 10.000,00 |
| CATEGORIE 3 |
950 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar KI tussen € 10.000,00 en € 25.000,00 |
| CATEGORIE 4 |
980 |
Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar KI boven of gelijk aan € 25.000,00 |
Art. 2. - Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
De Vlaamse overheid, die fungeert als inventarisbeheerder, voorziet in een Vlaamse heffing op woningen die op de Vlaamse Inventaris Ongeschikte en Onbewoonbare woningen opgenomen zijn. Het gaat over woningen op het grondgebied van de gemeente Kontich die gedurende een termijn van 12 maanden of langer op deze inventaris opgenomen staan. De gemeenten zijn in de mogelijkheid om hierop eigen inkomsten te creëren, ofwel door het innen van een eigen gemeentebelasting, ofwel door het heffen van opcentiemen op de Vlaamse heffing.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de vestiging van 100 opcentiemen op de door het Vlaamse Gewest geheven heffing op de ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen goed van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, ten voordele van de gemeente Kontich.
Art. 2.
De gemeente doet beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Art. 3.
Een afschrift van deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid en aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst toegezonden.
Het huidige reglement loopt tot 31 december 2025.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73400000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op de bedrijfsruimten goed:
Belasting op bedrijfsruimten
Artikel 1.
Voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt door de gemeente Kontich een belasting op de bedrijfsruimten geheven.
De belasting wordt gevorderd van elke handelaar, elke zelfstandige diensten- of zorgenverstrekker, elke beoefenaar van een vrij beroep, elke nijverheids-, bos-, tuin- en landbouwonderneming, en elke vennootschap, vereniging, inrichting of instelling onderworpen aan de vennootschapsbelasting, die op 1 januari van het belastingjaar, op het grondgebied van de gemeente Kontich, een individuele of gemeenschappelijke bedrijfsruimte ter beschikking heeft voor het uitoefenen van een hoofd- of bijkomende activiteit.
De vennootschappen in vereffening waarvan de activiteit zich beperkt tot de vereffeningsverrichtingen vallen eveneens onder deze belasting.
De belasting is verschuldigd per vestiging door de belastingplichtige gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.
Per vestiging betekent: per bedrijfsruimte, -lokaliteit of deel ervan, onder gelijk welke vorm. Enkel aanpalende ruimten worden als één geheel beschouwd; hiermede worden gelijkgesteld de ruimten onderling verbonden wegens het bestaan van een wegvergunning.
Indien de vestiging zich uitstrekt op het grondgebied van verschillende gemeenten dan treft de belasting enkel het gedeelte gelegen op het grondgebied van de gemeente Kontich.
De belasting wordt ongeacht de kadastrale indeling vastgesteld rekening houdend met de som van de grondoppervlakken bestemd of ingenomen voor bedrijfs- of beroepsdoeleinden in open lucht en de vloeroppervlakte bestemd of ingenomen voor bedrijfs- of beroepsdoeleinden in gebouwen. Deze laatste oppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, garages, berg- en opslagplaatsen, waar deze zich ook bevinden, doch met uitsluiting van het gedeelte dat uitsluitend als woongelegenheid van de bedrijfsleider of de beoefenaar van het vrij beroep wordt gebruikt.
Voor elke vestiging waarvoor geen oppervlakte specifiek kan worden afgemeten, dient in elk geval een minimumoppervlakte te worden aangegeven. De vermelding “minimum” volstaat.
Ook de maatschappelijke zetel wordt beschouwd als een vestiging. Een inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen op een adres in de gemeente, wordt gelijkgesteld met een maatschappelijke zetel.
Elke belastingplichtige, vermeld in het eerste lid van dit artikel, wordt geacht over een belastbare vestiging te beschikken, waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
Art. 2.
§1. Het minimum bedrag van de verschuldigde belasting wordt voor bedrijven en vrije beroepen met een oppervlakte tot en met 100 m² per vestiging vastgesteld op:
§2. Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt voor bedrijven en vrije beroepen met een bedrijfsoppervlakte van 101 m² tot en met 500 m² per vestiging voor de eerste 100 m² vastgesteld op het minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar verhoogd met € 0,26 per m² voor de oppervlakte van meer dan 100 m²
§3. Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt voor bedrijven en vrije beroepen met een bedrijfsoppervlakte van 501 m² tot en met 100.000 m² per vestiging voor de eerste 500 m² vastgesteld op:
Dit bedrag wordt vervolgens verhoogd met € 0,50 per m² voor de oppervlakte van meer dan 500 m²
§4. Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt voor bedrijven met een bedrijfsoppervlakte van meer dan 100.000 m² per vestiging voor de eerste 100.000 m² vastgesteld op:
Dit bedrag wordt vervolgens verhoogd met € 0,20 per m² voor de oppervlakte van meer dan 100.000 m²
Art. 3.
In afwijking van het bepaalde onder artikel 2 geldt voor de land-, bos-, en tuinbouwondernemingen het volgende minimum bedrag van de verschuldigde belasting:
a) land- en bosbouwbedrijven:
Minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar per vestiging met een oppervlakte tot 20 ha.
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 20 ha worden belast op basis van het minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar voor de eerste 20 ha, verhoogd met € 8 per bijkomende ha of gedeelte van een ha.
b) Tuinbouwbedrijven:
1. Uitsluitend in open lucht:
Minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar per vestiging met een oppervlakte tot 2 ha.
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 2 ha worden belast op basis van het minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar voor de eerste 2 ha, verhoogd met € 32 per bijkomende ha of gedeelte van een ha.
2. Uitsluitend onder glas:
Minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar per vestiging met een oppervlakte tot 5.000 m².
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 5.000 m² worden belast op basis van het minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar voor de eerste 5.000 m², verhoogd met € 0,04 per bijkomende m² of gedeelte van een m².
3. Gemengde tuinbouwbedrijven (exploitaties zowel in open lucht als onder glas):
Voor de berekening van de belasting
Minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar per vestiging met een oppervlakte tot 2 ha in open lucht of 5.000 m² onder glas.
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 2 ha in open lucht of meer dan 5.000 m² onder glas worden belast op basis van het minimumbedrag van het desbetreffende aanslagjaar voor de eerste 2 ha in open lucht of de eerste 5.000 m² onder glas, verhoogd met € 32 per bijkomende ha of gedeelte van een ha in open lucht en met € 0,04 per bijkomende m² onder glas.
Wanneer een bedrijf minder dan 2ha in openlucht heeft, wordt deze oppervlakte aangevuld met een deel van de oppervlakte onder glas, waarbij 1m² onder glas wordt gesteld voor 4 m² in open lucht.
"Onder glas" betekent: een stevige en duurzame constructie.
Elke fractie van één m² wordt als eenheid beschouwd.
Art. 4.
De belastbare bedrijfstoestand inzake oppervlakte is deze per 1 januari van het belastingjaar.
Art. 5.
§1. De op 1 januari van het belastingjaar gekende belastingplichtigen ontvangen, per bedrijfsvestiging, vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, behoorlijk ingevuld en ondertekend, ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar, moet worden terugbezorgd aan het Gemeentebestuur van Kontich, dienst gemeentebelastingen, Gemeenteplein 1, 2550 Kontich of via het e-mailadres belastingen@kontich.be.
Een belastingplichtige is voor een vestiging vrijgesteld van de in vorig lid vermelde aangifte op voorwaarde dat voor het vorige jaar een aanslag werd gevestigd op basis van een aangifte. Op uitdrukkelijk vraag van het gemeentebestuur van Kontich kan echter wel een aangifte gevraagd worden, die dient ingediend te worden ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar.
De belastingplichtige, die overeenkomstig voorgaand lid vrijgesteld is van aangifte, ontvangt een voorgedrukt voorstel van aangifte, dat de gegevens vermeldt waarover het gemeentebestuur van Kontich beschikt.
Enkel indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het belastingjaar, moet de belastingplichtige het aangifteformulier, ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar, terugzenden overeenkomstig de procedure vermeld in hete eerste lid, met duidelijke en volledige vermelding van de correcte gegevens en verbeteringen.
Het voorstel van aangifte, zo nodig aangevuld of verbeterd, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte.
§2. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen voor (al) zijn vestiging(en) is verplicht, voor 1 juli van het belastingjaar, aan de in §1 vermelde dienst, de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen, eventueel op het daartoe voorbestemde formulier dat hem op verzoek zal worden toegezonden.
§3. Tevens moet binnen de maand aangifte worden gedaan bij de in §1 vermelde dienst van:
Art. 6.
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen volgend op de derde werkdag van de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Deze ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oog te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Art. 7.
De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Art. 8.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.
Art. 9.
De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 10.
Verwerking van persoonsgegevens:
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025, er dient dus tijdig een nieuw reglement opgemaakt te worden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73609000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op masten en pylonen goed:
Belasting op masten en pylonen
Artikel 1. - Besluit
De gemeente heft een belasting op masten en pylonen.
Art. 2. - De belastbare periode
Voor een periode ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op masten en pylonen, met een hoogte van minimaal 15 meter boven het maaiveld, die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Art. 3. - Definities
Voor de toepassing van dit reglement, moet er onder ‘masten en pylonen’ verstaan worden, iedere op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, het transport van energie, enz.
Art. 4. - De belastingplichtige
De belastingplichtige is de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 5. - Tarief
De belasting is verschuldigd voor elke mast of pyloon die op 1 januari van het aanslagjaar opgericht is in de gemeente, en is ondeelbaar voor het hele aanslagjaar verschuldigd.
De jaarlijkse belasting bedraagt € 3.750 per mast of pyloon.
Art. 6. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 7. - Aangifteplicht
De belastingplichtigen zijn verplicht spontaan aangifte te doen bij het gemeentebestuur van de gegevens van de belastbare toestand minstens 14 dagen voor aanvang van de belastbare toestand. De laatste aangifte door de belastingplichtige blijft doorlopend gelden tot herroeping ervan. Van elke wijziging van de belastbare toestand in de loop van het aanslagjaar moet minstens 14 kalenderdagen voorafgaand aan de wijziging spontaan aangifte worden gedaan bij het gemeentebestuur.
Art. 8. - Belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte, bij niet-tijdige, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte binnen de bovengestelde termijn door de belastingplichtige, wordt de aanslag ambtshalve door de gemeente gevestigd op grond van de beschikbare gegevens, onverminderd het recht van bezwaar of beroep.
Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van 100% van de totale basisbelasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Art. 9. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 10. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73605000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op brandstofdistributieapparaten goed:
Belasting op brandstofdistributieapparaten - 2026-2031
Artikel 1. - Besluit
De gemeente heft een belasting op brandstofdistributieapparaten.
Art. 2. - De belastbare periode
Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een jaarlijkse belasting en een openingsbelasting gevestigd op de brandstofdistributieapparaten, opgesteld op de openbare weg of op privéterrein langs de openbare weg.
De belasting is niet verschuldigd voor de toestellen die niet toegankelijk zijn voor het publiek of die opgesteld zijn in garages of gelijkaardige instellingen en die van buiten uit niet zichtbaar zijn noch aangekondigd worden.
Art. 3. - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het toestel. De houder van het toestel wordt, behoudens het bewijs van het tegendeel, als dusdanig beschouwd.
Art. 4. - Tarief
De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op € 10.000 en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een tankstation.
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt per brandstofslang per toestel als volgt vastgesteld:
Wanneer verschillende brandstofdistributieapparaten onder éénzelfde omhulsel worden samen gevoegd of samen gebracht, is de belasting voor elk apparaat verschuldigd.
Voor de toestellen die in de loop van het jaar worden geïnstalleerd, wordt de belasting berekend in overeenstemming met het aantal maanden installatie. Elke begonnen maand is volledig verschuldigd. Dezelfde regel is van toepassing voor de afgeschafte en niet vervangen toestellen.
Art. 5. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 6. - Aangifteplicht
De op 1 januari van het belastingjaar gekende belastingplichtigen ontvangen, per brandstofdistributieapparaat, vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 1 maart van het belastingjaar, moet worden terugbezorgd aan het Gemeentebestuur van Kontich, dienst gemeentebelastingen, Gemeenteplein 1, 2550 Kontich of via het emailadres belastingen@kontich.be.
Een belastingplichtige is vrijgesteld van de in vorig lid vermelde aangifte voor een brandstofdistributieapparaat op voorwaarde dat voor het vorig jaar een aanslag werd gevestigd op basis van een aangifte. Op uitdrukkelijk vraag van het gemeentebestuur van Kontich kan echter wel een aangifte gevraagd worden, die dient ingediend te worden voor 1 maart van het belastingjaar.
De belastingplichtige, die overeenkomstig voorgaand lid vrijgesteld is van aangifte, ontvangt een mededeling met voorgedrukt voorstel van aangifte, dat de gegevens vermeldt waarover het gemeentebestuur van Kontich beschikt.
Enkel indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het belastingjaar, moet de belastingplichtige het aangifteformulier, voor 1 maart van het belastingjaar, terugzenden overeenkomstig de procedure vermeld in hete eerste lid, met duidelijke en volledige vermelding van de correcte gegevens en verbeteringen.
Het voorstel van aangifte, zo nodig aangevuld of verbeterd, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen voor (al) zijn brandstofdistributieappara(a)t(en) is verplicht, voor 1 juli van het belastingjaar, aan de dienst gemeentebelastingen, de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen, eventueel op het daartoe voorbestemde formulier dat hem op verzoek zal worden toegezonden.
Tevens moet binnen de maand aangifte worden gedaan bij de dienst gemeentebelastingen van:
Art. 7. - Belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn als vermeld in artikel 6, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Deze ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oog te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Art. 8. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 9. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025, er dient dus tijdig een nieuw reglement opgemaakt te worden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73120000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks) goed.
Belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks)
Artikel 1.
De gemeente heft een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks).
Art. 2. - De belastbare periode
Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig op grond van artikel 1 § 2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, of in het kader van een bestuurlijke aanhouding op grond van artikel 31 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
Art. 3. - Definities
Als rit dient verstaan te worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming, door de politie bepaald, is gebracht (politiecommissariaat, thuis, …).
Art. 4. - De belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval van de voor hem of haar burgerlijk verantwoordelijke persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
Art. 5. - Tarief
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 160 per rit en per vervoerd persoon.
Art. 6. - Vrijstellingen
Vrijgesteld van deze belasting is het vervoer van personen met een politievoertuig in het kader van een gerechtelijke aanhouding in de zin van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
Art. 7. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 8. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 9. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73424000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten goed:
Belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten
Artikel 1.
Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg.
Art. 2. - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Art. 3. - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
1° verspreiding: bedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien;
2° gelijkgestelde producten: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief;
3° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.
Art. 4. - Belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 9.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 9 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
Art. 5. - Hoofdelijkheid
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 6. - Tarief
De belasting is verschuldigd bij de beëindiging van de verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.
De belasting bedraagt:
Art. 7. - Vrijstellingen en/of verminderingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst, voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda;
2° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;
3° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen.
Art. 8. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 9. - Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Gemeentebestuur Kontich, Gemeenteplein 1, 2550 Kontich,
of via het mailadres belastingen@kontich.be. Een model aangifteformulier is beschikbaar op de gemeentelijke website kontich.be.
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
§2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
Art. 10. - Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Bij verspreiding op de openbare weg door persoonlijke afgifte wordt dit voor de ambtshalve vestiging beschouwd als 1 bedeling.
Art. 11. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 12. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025, er dient dus tijdig een nieuw reglement opgemaakt te worden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73422000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend ontwerp belastingreglement op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden goed:
Belasting op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden - 2026-2031
Artikel 1.
De gemeente heft een belasting op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden.
Art. 2. - De belastbare periode
Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een jaarlijkse belasting gevestigd op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden.
Art. 3. - Definities
Onder aanplakborden wordt verstaan elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in open lucht, die zichtbaar is van op de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, en met inbegrip van muren of gedeelten van muren en omheiningen, die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.
Art. 4. - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van het aanplakbord en in bijkomende orde, als de gebruiker niet gekend is, door de eigenaar van de grond, de muur of de omheining waarop zich het bord bevindt of de reclame is aangebracht.
Art. 5. - Berekeningsgrondslag en tarief
Voor de berekening van de belasting wordt de nuttige oppervlakte van het bord in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan gebruikt worden, met uitzondering van de omlijsting.
Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt. Hierbij dient de bedekte totale oppervlakte beschouwd te worden als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
Art. 6. - Bedragen
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:
Art. 7. - Vrijstellingen en/of verminderingen
De jaarbelasting wordt gehalveerd voor de aanplakborden die voor 1 juli werden weggenomen of die niet voor 1 juli geplaatst werden.
Vergroting van borden in de loop van het jaar geeft aanleiding tot het vestigen van een belastingsupplement voor een heel of een half jaar naargelang de vergroting al dan niet voor 1 juli tot stand kwam.
Verkleining van borden in de loop van het belastingjaar geeft recht op een proportionele belastingvermindering voor een half jaar, indien de verkleiningswerken voor 1 juli werden uitgevoerd.
Om aanspraak te kunnen maken op belastingvermindering dient van het verwijderen of verkleinen van bestaande borden aangifte te worden gedaan bij het gemeentebestuur, bij voorkeur bij aangetekende zending, of tegen ontvangstbewijs. De datum van ontvangst van dit bericht is de vertrekdatum voor de gebeurlijke ontheffingsperiode.
Art. 8. - Uitzondering
De belasting is niet verschuldigd voor:
Art. 9. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 10. - Aangifteplicht
De op 1 januari van het belastingjaar gekende belastingplichtigen ontvangen, per aanplakbord voor publiciteitsdoeleinden, vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 1 maart van het belastingjaar, moet worden terugbezorgd aan het Gemeentebestuur van Kontich, dienst gemeentebelastingen, Gemeenteplein 1, 2550 Kontich of per email aan belastingen@kontich.be.
Een belastingplichtige is vrijgesteld van de in vorig lid vermelde aangifte voor een aanplakbord op voorwaarde dat voor het vorig jaar een aanslag werd gevestigd op basis van een aangifte. Op uitdrukkelijk vraag van het gemeentebestuur van Kontich kan echter wel een aangifte gevraagd worden, die dient ingediend te worden voor 1 maart van het belastingjaar.
De belastingplichtige, die overeenkomstig voorgaand lid vrijgesteld is van aangifte, ontvangt een mededeling met voorgedrukt voorstel van aangifte, dat de gegevens vermeldt waarover het gemeentebestuur van Kontich beschikt.
Enkel indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het belastingjaar, moet de belastingplichtige het aangifteformulier, voor 1 maart van het belastingjaar, terugzenden overeenkomstig de procedure vermeld in hete eerste lid, met duidelijke en volledige vermelding van de correcte gegevens en verbeteringen.
Het voorstel van aangifte, zo nodig aangevuld of verbeterd, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen voor (al) zijn aanplakbord(en) voor publiciteitsdoeleinden is verplicht, voor 1 juli van het belastingjaar, aan de dienst gemeentebelastingen, de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen, eventueel op het daartoe voorbestemde formulier dat hem op verzoek zal worden toegezonden.
Tevens moet binnen de maand aangifte worden gedaan bij de dienst gemeentebelastingen van:
Art. 11. - Belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het College van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Deze ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oog te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Art. 12. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 13. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73710000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement voor de activeringsheffing op onbebouwde gronden goed:
Belasting voor de activeringsheffing op onbebouwde gronden
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Art. 2. - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Art. 3. - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
1° bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5., §2 VCRO en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.6. VCRO;
2° kavels: de in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
3° onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1. VCRO;
4° register van onbebouwde percelen: het register vermeld in artikel 5.6.1. VCRO.
5° Sociale woonorganisatie: een organisatie, vermeld in artikel 2, §1, eerste lid, 26° Vlaamse Wooncode
Art. 4. - De belastingplichtige
De belastingplichtige is de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar houder is van het zakelijk recht over de bouwgrond of kavel. Als er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de erfpachter of de opstalhouder belastingplichtig.
Bij overdracht van het zakelijk recht, moet de overdrager de verkrijger in kennis stellen van de opname van het pand in het register van de onbebouwde percelen. Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen, en dit binnen de maand na het verlijden van deze akte. Dit kan gebeuren via een aangetekend schrijven, afgifte tegen ontvangstbewijs of e-mail.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Art. 5. - Hoofdelijkheid
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 6. - Tarief
Tariefberekening per strekkende meter
De belasting bedraagt € 15,60 per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg.
De berekeningsgrondslag is:
De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten, de gedeelten gelijk aan of groter dan een halve meter worden aangerekend als volle meter.
De minimale aanslag bedraagt € 312,50 per kavel of bouwgrond.
Art. 7. - Vrijstellingen
§1. Persoonsgebonden vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
1° de eigenaar van één enkele onbebouwde bouwgrond of kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed;
2° de sociale woonorganisaties en het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant, vermeld in artikel 16 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
3° bouwheren of verkavelaars, in zoverre zij overeenkomstig artikel 4.1.20., §1 DGPB een sociale last uitvoeren in natura en op voorwaarde dat de deelattesten nummer 1, 2 en 3 vermeld in artikel 4.1.20., §3 tot 5 DGPB worden verkregen;
4° door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen.
Een vrijstelling, beperkt tot één onbebouwde bouwgrond in woongebied of één onbebouwde kavel per kind, wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend op voorwaarde dat het kind op 1 januari van het heffingsjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
§2. Perceelgebonden vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het heffingsjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd ingevolge:
1° hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden;
2° hun werkelijke en volledige aanwending voor land- en tuinbouw gedurende het hele jaar;
3° de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd;
4° een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut, die woningbouw onmogelijk maakt;
5° een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand.
De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die voldoen aan beide hiernavolgende voorwaarden:
Een vrijstelling wordt eveneens verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden:
Art. 8. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 9. - Aangifteplicht
De belastingplichtige moet uiterlijk op 1 december van het aanslagjaar een aangifte indienen op het door de gemeente voorgeschreven formulier. De gemeente kan een voorstel van aangifte bezorgen.
Als dat voorstel overeenstemt met de belastbare toestand moet het niet teruggestuurd worden.
Als dat voorstel niet correct is moet het verbeterd en vervolledigd worden teruggestuurd.
Het verbeterd teruggestuurd formulier geldt als aangifte.
Art. 10. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 11. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
Het gemeentelijk belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen is aan herziening toe.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen goed voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031:
Belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen:
Artikel 1. - Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid van Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van het gemeentelijke register.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
3° Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c. een elektronische aangetekende zending
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uit maken van het gebouw. In het kernwinkelgebied wordt een gebouw, dat in hoofdzaak heeft gediend voor een industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw- of tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit, als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van tenminste zes opeenvolgende maanden.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: Woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
8° Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art boek 2, artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021. (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande)
12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
13° kernwinkelgebied: afgebakend gebied in het centrum van Kontich:
Art. 2. - Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. De belasting voor een leegstaand gebouw in kernwinkelgebied is voor het eerst verschuldigd nadat het gebouw zes opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de heffing verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt. Voor gebouwen in het kernwinkelgebied blijft de heffing eveneens verschuldigd telkens na het verstrijken van een nieuwe periode van twaalf maanden.
Art. 3. - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Art. 4. - Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden, of een gebouw in het kernwinkelgebied voor een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden, op de inventaris staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden, of een gebouw in het kernwinkelgebied voor een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden, op de inventaris staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf, of een gebouw in het kernwinkelgebied voor een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden, maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting:
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat, wordt herrekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
§2. Een belastingvermindering is toegestaan voor gebouwen in kernwinkelgebied in volgende gevallen:
1° Indien dit gebouw tijdelijk ter beschikking wordt gesteld voor het inrichten of aankleden van de etalage. De belastingvermindering bedraagt 50% wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
2° Indien er bij te huur-of te koopstelling geen grote immoborden ‘te koop’ of ‘te huur’ voor de handelsruimte gelegen op het gelijkvloers worden gebruikt, maar in de plaats daarvan een sticker of een affiche. De belastingvermindering bedraagt 20% wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Cumulatie tot een belastingvermindering van maximaal 70% in totaal is mogelijk.
3° Bij een tijdelijk gebruik van een leegstaand gebouw in functie van het stimuleren van het ondernemerschap, waarbij meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van het leegstaande gebouw moet voor minimum 1 maand en maximum minder dan 6 maanden in hoofdzaak gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandelsactiviteit, horecazaak of het bedrijf van een ambachtsman en waarbij er een rechtstreeks contact is tussen de huurder en het publiek.
De belastingvermindering kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een belastingvermindering moet hiervoor de nodige bewijsstukken voorleggen.
Het verschuldigde tarief van het betreffende aanslagjaar wordt verminderd met X/6de of X/12de van het verschuldigde tarief, naargelang of het gebouw in kernwinkelgebied gelegen is of niet. Hierbij is X het aantal volle maanden van het tijdelijk gebruik. X kan nooit minder zijn dan 1 en nooit groter zijn dan 5.
De belastingvermindering heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het register van leegstaande woningen en gebouwen. De anciënniteit van opname in het register blijft doorlopen tijdens de periode van belastingvermindering.
§3. Het aantal termijnen dat een woning of gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandsregister.
Art. 5. - Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier of online. De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke opnamedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de opnamedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 5 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft, voor een periode van maximaal twee opeenvolgende jaren en dit enkel voor de woning waar de houder van het zakelijk recht laatst verbleef voor zijn opname in de zorginstelling;
2° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor een periode van maximum twee jaar;
3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht;
4° de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed;
5° de woning of het gebouw zit in onvrijwillige onverdeeldheid. Deze vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd en geldt voor maximum twee jaar;
6° de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht EN waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
7° de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar;
8° de woning of het gebouw onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
9° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op de afgiftedatum van de omgevingsvergunning;
10° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (een renovatieplan) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. Het renovatieplan omvat: een gedetailleerd overzicht van welke niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd, een gedetailleerd tijdschema waarin de fasering van de werken wordt toegelicht, een gedetailleerd bestek van een geregistreerd aannemer of van de belastingplichtige indien hij zelf de werken zal uitvoeren, fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen en indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars; De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling geldt voor een periode van maximum twee jaar;
11° de woningen of gebouwen die een eigenaar omwille van efficiëntieredenen in een groter sociaal project, zoals omgeschreven in de Vlaamse Codex Wonen, met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximaal twee opeenvolgende jaren verkregen worden op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont en maximaal inzet op de mogelijkheden van leegstandsbeheer.
Art. 6. - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 7. - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 8. - Bezwaar
De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen)
Art. 9.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Art. 10.
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het gemeentelijk reglement voor de registratie van leegstaande woningen en gebouwen is aan herziening toe.
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen dient bestreden te worden.
Langdurige leegstand zorgt ervoor dat woningen en gebouwen niet optimaal benut worden. Leegstand kan ook aanleiding geven tot verloedering en verwaarlozing.
Daarnaast betreft één van de belangrijkste toevoegingen de afstemming van het leegstandsbeleid op de visie lokale economie en het detailhandelsplan waarin voor onze gemeente winkelgebieden worden afgebakend waar specifieke regels gelden. Het kernwinkelgebied is hierin het hart van de levendige winkelgemeente die de gemeente Kontich beoogt te zijn en blijven. Op de gemeenteraad van 15 december 2025 wordt daarom ook een verdere inperking van het kernwinkelgebied voorgelegd waar specifieke regels voor leegstand gelden.
De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van reglementen en het bepalen van straffen en sancties op de overtreding van die reglementen.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het registratiereglement leegstaande woningen en gebouwen goed voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031:
Registratiereglement leegstaande woningen en gebouwen:
Artikel 1. - Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van het gemeentelijke register.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
3° Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c. een elektronische aangetekende zending.
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. In het kernwinkelgebied wordt een gebouw, dat in hoofdzaak heeft gediend voor een industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw- of tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit, als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van tenminste zes opeenvolgende maanden.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: Woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
8° Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art boek 2, artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw:
Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021. (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande)
12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom,
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
13° Kernwinkelgebied: afgebakend gebied in het centrum van Kontich:
Art. 2. - Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.
§2. In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
3° de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Art. 3. - Registratie van leegstand
§1. Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.
§2. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§4. De vaststelling van leegstand kan gebeuren op basis van mogelijke onderstaande indicaties (niet-limitatieve lijst):
Art. 4. - Kennisgeving van opname
De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de effectieve beslissing tot opname in het gemeentelijk register. De kennisgeving bevat:
Art. 5. - Beroep tegen opname
§1. Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend – of tegen ontvangstbewijs. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in het gemeentelijk register geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. Het beroepschrift is niet ontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
§8. Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in de gemeentelijke inventaris op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9. De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het leegstandsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Art. 6. - Schrapping uit het gemeentelijk register
§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Voor gebouwen binnen het kernwinkelgebied geldt een termijn van minstens drie opeenvolgende maanden effectieve ingebruikname volgens de bestemde functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
§2 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in artikel 5.
Art. 7. - Slotbepalingen
§1. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente dient voorkomen en bestreden te worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.
Met het reglement verwaarlozing voeren we een geïntegreerd beleid in de bestrijding van leegstand en verwaarlozing.
Verwaarlozing gaat over uiterlijke tekenen van verval van een woning of gebouw. Dit wordt beoordeeld aan de hand van een technisch verslag, waarbij een vaststelling van 12 strafpunten (of meer) aanleiding geeft tot opname op het gemeentelijk register verwaarlozing.
De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van reglementen en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend registratiereglement verwaarloosde woningen en gebouwen goed voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031:
Registratiereglement verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 1. - Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.
c) een elektronische aangetekende zending.
2° Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° Gebouw: het onroerend goed vermeld in artikel 24, 2° van het Heffingsdecreet; namelijk elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
4° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement en artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen;
5° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
6° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;
7° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande)
8° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
Art. 2. - Vaststelling van de verwaarlozing
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten.
De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
Art. 3. - Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht;
4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag;
6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.
Art. 4. - Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6, §1, tweede lid, 4° of, wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art. 5. - Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte;
2° het technisch verslag;
3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Art. 6. - Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
§1. Tegen het voornemen om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de houder van het zakelijk recht bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het nummer van de administratieve akte;
c) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft.
4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 5.
§2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.
§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.
§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden. Dit kan een personeelslid van de intergemeentelijke administratieve eenheid zijn.
§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.
§8. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art. 7. - Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch of omstandig verslag, vermeld in artikel 2, 12 punten of meer zouden opleveren. De houder van het zakelijk recht richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.
Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§3 Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
§5. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art. 8. - Beroep tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;
c) de weigeringsbeslissing;
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
§3 Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.
§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art. 9. - Slotbepalingen
§1 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Het gemeentelijk reglement op verwaarloosde woningen en gebouwen loopt tot 31 december 2025. Voor de periode 2026-2031 dient het reglement vernieuwd te worden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 goed:
Belastingreglement verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 1. - Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.
c) een elektronische aangetekende zending.
2° Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
4° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement en artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen;
5° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
6° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;
7° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
8° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
Art. 2. - Belastingtermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Art. 3. - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Art. 4. - Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Art. 5. - Vrijstelling
Van de belasting op verwaarlozing zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die sinds minder dan een jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht;
2° de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed;
3° de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht én waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
4° de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling jaarlijks opnieuw moet aangevraagd worden en slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
5° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie opeenvolgende jaren volgend op de afgiftedatum van omgevingsvergunning;
6° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum twee jaar.
7° de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum twee opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project en maximaal inzet op de mogelijkheden van leegstandsbeheer.
Art. 6. - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 7. - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 8. - Bezwaar
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Art. 9. - Kennisgeving toezicht
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het huidige reglement geldt tot 31 december 2025, er dient dus tijdig een nieuw reglement opgemaakt te worden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op budgetrekening 73408000 (MAR).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op nachtwinkels goed:
Belasting op nachtwinkels
Artikel 1.
De gemeente heft een belasting op nachtwinkels.
Art. 2. - De belastbare periode
Voor een periode ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt er zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van Kontich.
Art. 3. - Definities
Voor de toepassing van dit reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen, met openingstijden die beperkt zijn tot de periode tussen 18.00 uur 's avonds en 07.00 uur ’s ochtends.
Art. 4. - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel.
Art. 5. - Berekeningsgrondslag
De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op € 8.000 en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel.
Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op € 2.000 per nachtwinkel.
De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.
Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
Art. 6. - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 7. - Aangifteplicht
De uitbater van de handelszaak is ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur. Hij is verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van het gemeentebestuur. Hij is eraan gehouden de eventuele controle van zijn verklaring mogelijk te maken.
Teneinde de belasting te heffen, stuurt het Gemeentebestuur naar alle nachtwinkels in uitbating een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar, moet worden terugbezorgd aan het Gemeentebestuur van Kontich, dienst gemeentebelastingen, Gemeenteplein 1, 2550 Kontich of via het emailadres belastingen@kontich.be.
Een belastingplichtige is voor een vestiging vrijgesteld van de in vorig lid vermelde aangifte op voorwaarde dat voor het vorig jaar een aanslag werd gevestigd op basis van een aangifte. Op uitdrukkelijk vraag van het gemeentebestuur van Kontich kan echter wel een aangifte gevraagd worden, die dient ingediend te worden ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar.
De belastingplichtige, die overeenkomstig voorgaand lid vrijgesteld is van aangifte, ontvangt een voorgedrukt voorstel van aangifte, dat de gegevens vermeldt waarover het gemeentebestuur van Kontich beschikt.
Enkel indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het belastingjaar, moet de belastingplichtige het aangifteformulier, ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar, terugzenden overeenkomstig de procedure vermeld in het eerste lid, met duidelijke en volledige vermelding van de correcte gegevens en verbeteringen.
Het voorstel van aangifte, zo nodig aangevuld of verbeterd, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte.
Indien, om welke reden ook, de belastingplichtigen geen aangifteformulier ontvangen hebben, zijn deze ertoe gehouden vóór 1 juli van het aanslagjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren.
Art. 8. - Aangifteplicht wijzigingen
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Art. 9. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 10. - Verwerking van persoonsgegevens
Het lokaal bestuur van Kontich verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vestiging, invordering en geschillenbehandeling van de hierboven vermelde belasting. Hierbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen, zoals het Rijksregister. Deze verwerking van persoonsgegevens gebeurt conform de geldende privacywetgeving.
Meer informatie over het privacybeleid van ons bestuur en de privacyrechten van betrokkenen is te vinden op https://www.kontich.be/privacyverklaring.
De contantbelasting inname openbaar domein dient vernieuwd te worden vanaf 1 januari 2026.
Het oude reglement zal worden opgeheven en aangepast waarbij ook de clausule betreffende wagens en aanhangwagens die wederrechtelijk het openbaar domein innemen wordt verwijderd.
Het voorstel is om de tarieven aan te passen voor een container van € 12 naar € 15 per dag met een minimum van € 36 naar € 45. Elke andere inname gaat van € 0,60 per m² per dag naar € 0,80 met een minimum van € 75 naar € 100. Voor het afsluiten van straten voor meer dan 2 uren wordt voorgesteld om aan te passen van € 75 naar € 150 aangezien dit een grote mobiliteitsimpact teweeg brengt.
Met de huidig aantal aanvragen zou dit op een verhoging van de inkomsten komen van € 24.791 per jaar.
Bij dit reglement en de kostenberekening is geen rekening gehouden met de seizoensterrassen die onder een ander reglement verrekend worden.
In deze prijsvergelijking zit wel de plaatsing van parkeerverboden en nadarbarelen door onze Technische Dienst welke via het retributiereglement werken op openbaar domein door de Technische Dienst gereglementeerd worden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend reglement contantbelasting op inname openbaar domein goed:
Contantbelasting op inname openbaar domein
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de inname van het openbaar domein ten laste van diegenen die:
Art. 2.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
openbaar domein: de openbare weg inclusief voet- en fietspaden en parkeerruimte (al dan niet afgebakend) en de groene ruimten, wandelplaatsen, parken, pleinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg, die openstaan voor het verkeer van personen.
Art. 3.
De belasting wordt al volgt vastgesteld:
Voor containers, bij inname van het openbaar domein (of gedeeltelijke inname), vanaf de vierde werkdag, waarbij zaterdag en zondag als 1 werkdag worden beschouwd, € 15 per dag en per container met een minimum van € 45. De dagen van plaatsen en van wegnemen van de containers worden voor een volledige dag gerekend.
Voor elke andere inname van het openbaar domein naar aanleiding van bouw- of verbouwingswerken vanaf de vierde dag, waarbij zaterdag en zondag als 1 werkdag worden beschouwd, € 0,80 per dag en per m² ingenomen oppervlakte van het openbaar met een minimum van € 100. Gedeelten van een vierkante meter worden afgerond naar boven. De dagen van het plaatsen en van het wegnemen worden voor een volledige dag gerekend.
Voor het afsluiten van een straat voor meer dan 2 uren wordt een kost van € 150 per begonnen dag aangerekend.
Art. 4.
Op het eerste verzoek van het gemeentebestuur moet, binnen de 24 uren, de ingenomen oppervlakte worden vrijgemaakt, zo niet zal de opruiming gebeuren door of in opdracht van het gemeentebestuur en worden de kosten verhaald op de aanvrager, en indien deze niet bekend is op de bouwheer.
Art. 5.
Van de belasting zijn vrijgesteld de inname van het openbaar domein te gevolge van:
Art. 6.
De belasting valt ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen die de betrokken werken uitvoert of de ruimte op het openbaar domein inneemt. De belastingplichtige is ertoe gehouden voor de inname van het openbaar domein het online aanvraagformulier in te vullen. Voor het vaststellen van het tijdsverloop is het belangrijk dat de betrokkenen tijdig de juiste data en oppervlakte of eventuele wijzigingen in het elektronisch systeem doorgeven om de nodige vaststellingen te kunnen doen.
Art. 7.
De betaling dient op elektronische wijze te gebeuren bij de aanvraag. Het openbaar domein kan pas worden ingenomen na betaling van de contantbelasting.
Art. 8.
Bij gebrek aan een aangifte binnen de gestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting van ambtswege ingekohierd. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.
In het bestuursakkoord werd opgenomen dat de gemeente Kontich wil inzetten op een gezonde en sluitende begroting die in evenwicht is. Het heffen van belastingen is één van de middelen die de gemeente Kontich ter beschikking heeft om de voormelde doelstelling van het bestuursakkoord waar te maken.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan.
Artikel 1.
Het belastingreglement op omgevingsvergunningen, zoals goedgekeurd tijdens de gemeenteraadszitting van 22 juni 2021, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement goed:
Belasting op aanvragen van omgevingsvergunningen
Artikel 1.
De gemeente heft een indirecte belasting op de meldingen en aanvragen bedoeld in:
Art. 2.
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Art. 3.
§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die de aanvraag of verzoek indient.
§2. De eigenaar, de bouwheer, de architect of de landmeter zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde bedragen.
Art. 4.
§1. De belasting bedraagt:
| Omschrijving | Tarief in EUR |
| Aanvraag omgevingsvergunning stedenbouwkundige handelingen | € 250 |
| Aanvraag omgevingsvergunning stedenbouwkundige handelingen met wegenis | € 750 |
| Aanvraag omgevingsvergunning IIOA kl2 | € 750 |
| Aanvraag omgevingsvergunning IIOA kl1 | € 1.500 |
| Aanvraag omgevingsvergunning kleinhandelsactiviteiten | € 500 |
| Aanvraag omgevingsvergunning vegetatiewijziging | € 250 |
| Aanvraag omgevingsvergunning stedenbouwkundige handelingen op papier | € 350 |
| Aanvraag omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden | € 750 |
| Aanvraag omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met wegenis | € 1.250 |
| Aanvraag omgevingsvergunning tot bijstelling van een verkavelingsvergunning | € 1.000 |
| Aanvraag omgevingsvergunning tot bijstelling van de milieuvoorwaarden op verzoek van de exploitant | € 500 |
| Aanvraag omgevingsvergunning tot bijstelling van de stedenbouwkundige voorwaarden | € 500 |
| Melding IIOA kl3 | € 250 |
| Melding stedenbouwkundige handelingen | € 150 |
| Melding volledige of gedeeltelijke overdracht van omgevingsvergunning voor IIOA's | € 150 |
| Vraag tot omzetting milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanentie vergunning | € 150 |
| Bekendmaking verstrijken van elke geldigheidsperiode van 20 jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur | € 150 |
| Afstand omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden | € 150 |
| Aanvraag stedenbouwkundig attest | € 150 |
| Aanvraag planologisch attest | € 750 |
| Aanvraag vergunning springstoffen | € 750 |
| Aanvraag voor het houden van een projectvergadering | € 500 |
§2. Indien een aanvraag meerdere onderdelen (omschrijvingen) bevat, dienen bovenstaande bedragen gecumuleerd te worden.
§3. Per nieuwe projectinhoudversie nadat het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk werd verklaard (wijzigingslus) is de helft van de betreffende belasting opnieuw verschuldigd.
Art. 5.
§1. De belasting wordt betaald voor de indiening van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, verzoek tot bijstelling van een omgevingsvergunning, een melding, een aanvraag vergunning ioniserende stralingen, een aanvraag vergunning springstoffen, een aanvraag stedenbouwkundig attest, een aanvraag planologisch attest, een aanvraag projectvergadering of een wijzigingslus (nieuwe projectinhoudversie).
§2. De belasting wordt overgeschreven op het rekeningnummer BE66 0910 0009 8443 op naam van het lokaal bestuur Kontich, Gemeenteplein 1 in 2550 Kontich met vermelding van "OV nummer ".
§3. Het bewijs van overschrijving dient gevoegd te worden bij de aanvraag. De aanvraag is onvolledig zolang de belasting niet betaald werd en het bewijs van overschrijving niet is toegevoegd.
Art. 6.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 7.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het reglement is van toepassing op alle aanvragen, zoals hoger omschreven, ingediend vanaf 1 januari 2026.
De belasting op ontbrekende parkeerplaatsen wordt geheven wanneer een bouwproject niet voldoet aan de parkeernormen die zijn vastgelegd in de bouwverordening. De motivering achter deze belasting is om de aanvrager te laten bijdragen aan de parkeerproblematiek die door het project wordt veroorzaakt enerzijds, omdat er te weinig parkeerplaatsen binnen het project zelf worden voorzien. Anderzijds om aan te ontmoedigen om de nodige parkeerplaatsen binnen het project zelf te realiseren.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het volgende belastingreglement goed:
Belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen
Artikel 1.
Er wordt vanaf 1 januari 2026 een gemeentebelasting gevestigd op het ontbreken van auto- en fietsparkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen, het uitbreiden van gebouwen, het uitvoeren van functiewijzigingen, het opsplitsen van gebouwen of het wijzigen van het aantal woonentiteiten.
Art. 2.
De belasting is verschuldigd door de houder van de omgevingsvergunning of zijn rechtverkrijgenden afgeleverd volgens de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening en:
Art. 3.
De belasting is verschuldigd na de definitieve vaststelling van het aantal ontbrekende auto- en/of fietsparkeerplaatsen. Deze definitieve vaststelling gebeurt onmiddellijk na het verlenen van de omgevingsvergunning of wanneer wordt vastgesteld dat de houder van een omgevingsvergunning één of meer in zijn omgevingsvergunning begrepen auto- en/of fietsparkeerplaatsen niet heeft aangelegd of er een andere bestemming heeft aan gegeven.
Art. 4.
De belasting bedraagt:
Art. 5.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 6.
Dit reglement vervangt vanaf 1 januari 2026 alle belastingreglementen die betrekking hebben op ontbrekende parkeerplaatsen.
De gemeente zamelt volgende afvalstoffen in:
De tarieven zijn vastgelegd in het retributiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad
Voor volgende fracties wordt diftar met weging toegepast:
Diftar met weging, zoals eveneens toegepast wordt voor een aantal fracties op het recyclagepark, geeft op een correcte wijze uitvoering aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ vermits het zwaartepunt van de retributie ligt op de aangeboden hoeveelheid afval. Via dit systeem wordt bovendien gestreefd naar een kleinere hoeveelheid ongesorteerd restafval.
Volgende fracties kunnen kosteloos meegegeven worden met de selectieve inzameling aan huis of via de permanent opgestelde containers:
IGEAN heeft een voorstel uitgewerkt in samenwerking met een projectgroep met afgevaardigden van 17 van de 27 gemeenten. Het voorstel werd toegelicht en besproken op het adviescomité milieu op 16.06.2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10.09.2025.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties. Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen. Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd.
Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA.
De gemeente Kontich is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan.
De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan, Artikel 73323000/00202.
Artikel 1.
Het reglement zoals besloten op 17 november 2025 wordt opgeheven en vervangen door onderstaand besluit. De voorschot- en ledigingskosten voor de papiercontainers werden aangepast.
Art. 2.
De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan het retributiereglement 2026-2031 voor de selectieve inzameling van huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval aan huis en via brengmethode op korte afstand van 1 september 2026 tot 31 december 2031.
Art. 3. - Inning
§1. Zakken
Diegenen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor de inzameling aan huis, zijn de in artikel 3 vermelde retributies verschuldigd op het ogenblik van de aankoop op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).
§2. Grofvuil en snoeihout op afroep
Diegenen die gebruik maken van de ophaling van grofvuil en snoeihout zijn de vaste kost verschuldigd van zodra de ophaalwagen langs het gevraagde adres is geweest. Ongeacht of er op dat moment al dan niet afval werd aangeboden, zal steeds de vaste kost aangerekend worden. De bijkomende retributie op basis van het gewicht, wordt aangerekend op basis van de weging van het afval ter plaatse.
De retributie wordt in mindering gebracht van het voorschot voor de diftarinzameling.
§3. Inzameling met diftar aan huis, via ondergrondse of bovengrondse containers.
De retributie voor de diftarinzameling aan huis of via ondergrondse containers, is hoofdelijk verschuldigd door volgende personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt:
De retributie wordt in mindering gebracht van het voorschot voor de inzameling met diftar.
De aanrekening van de servicekost gebeurt maandelijks op de eerste dag van de maand voor de aansluitpunten met individuele containers.
Bij een wisseling van volume van individuele containers in de loop van de maand, zal het maandelijkse bedrag voor het initiële volume aangerekend worden tot het einde van die maand. De volgende maand zal het maandbedrag van het nieuwe volume aangerekend worden.
De aanrekening van de servicekost gebeurt maandelijks op de eerste dag van de maand voor de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van ondergrondse containers, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.
Diegenen die extra afval aanbieden via de ondergrondse containers, zijn de in artikel 5. vermelde retributies verschuldigd die in mindering worden gebracht van het voorschot.
De retributies in artikel 7. zijn per evenement verschuldigd door iedere natuurlijke of rechtspersoon die een evenement organiseert, waarvoor op diens vraag tijdelijk één of meerdere containers ter beschikking worden gesteld.
Art. 4. - Inzameling met zakken
Volgende retributie is verschuldigd op het ogenblik van de aankoop van de zakken voor de afvalinzameling op de door de gemeente vastgestelde plaats(en):
a) pmd-zakken
| pmd-zak 30 liter | € 0,10/zak |
| pmd-zak 60 liter | € 0,15/zak |
| pmd-zak 120 liter enkel voor scholen | € 0,25/zak |
b) papieren keukenafvalzakjes
| bundel van 80 keukenafvalzakjes van 8 liter | € 6/bundel (80 stuks) |
De zakken zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere stuks per eenheid.
Art. 5. - Huis-aan-huisinzameling met diftar
§1. Parameters
De retributie voor gft omvat drie parameters:
1. maandelijkse servicekost van de containers: volgens het volume van de container en de fractie
2. ledigingskost per aanbieding: volgens het volume van de container
3. verwerkingskost per kg: volgens de aangeboden hoeveelheid
§2. Werkwijze voorschotten
De retributies worden geïnd met een voorschottensysteem waarvan de servicekost en de retributies voor de dienstverlening afgehouden worden. In opdracht van de gemeente wordt er een uitnodiging tot betaling van een voorschot verstuurd. De voorschotten moeten worden betaald op een rekening van de gemeente.
Een voorschotbedrag wordt gevraagd via de eerste betalingsuitnodiging. Als een aansluitpunt meerdere containers heeft, worden de bedragen opgeteld. Zodra het reële verbruik van het aansluitpunt gekend is, wordt gewerkt volgens het principe van de slimme factuur en zijn de voorschotbedragen niet meer van toepassing.
De hoogte van het drempelbedrag bepaalt wanneer een nieuwe betalingsuitnodiging wordt verstuurd aan het aansluitpunt.
Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt, zal er geen dienstverlening meer zijn totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd. De maandelijkse servicekost blijft evenwel steeds doorlopen.
§3. Terugbetaling
Bij een verhuis buiten de gemeente, het overlijden van een alleenwonende of het beëindigen van de dienstverlening op vraag van een niet-ingeschreven referentiepersoon, ontvangt het aansluitpunt een eindafrekening en wordt het nog beschikbare saldo van het voorschot terugbetaald op het laatst gekende rekeningnummer.
De container(s) en/of toegangskaart worden geblokkeerd voor verder gebruik.
§4. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen
Volgende voorschot-, drempel- en minimumbedragen worden vastgelegd per volume container voor de huis-aan-huisinzameling en verwerking van afvalstoffen via het diftarsysteem:
| huisvuil | 40 l | 120 l | 240 l | 1.100 l |
| voorschotbedrag (€) | 30 | 50 | 80 | 350 |
| drempelbedrag (€) | 6 | 8 | 12 | 80 |
| minimumbedrag (€) | 1,5 | 3 | 5 | 25 |
| gft | 40 l | 120 l | 1.100 l |
| voorschotbedrag (€) | 20 | 20 | 250 |
| drempelbedrag (€) | 6 | 8 | 80 |
| minimumbedrag (€) | 1,5 | 3 | 25 |
| papier & karton | 120 l | 240 l | 1.100 l |
| voorschotbedrag (€) | 4 | 6 | 40 |
§5. Retributies per parameter
Volgende retributies worden vastgelegd voor de huis-aan-huisinzameling en verwerking van afvalstoffen via het diftarsysteem:
| 40 l | 120 l | 240 l | 1.100 l | |
| servicekost huisvuilcontainer (€/maand) | 0,30 | 1,00 | 2,00 | 9,00 |
| servicekost gft-container (€/maand) | 0,15 | 0,50 | - | 4,50 |
| servicekost papiercontainer (€/maand) | - | 0,35 | 0,50 | 4,50 |
| 40 l | 120 l | 240 l | 1.100 l | |
| lediging huisvuilcontainer (€/lediging) | 0,20 | 0,60 | 1,20 | 5,00 |
| lediging gft-container (€/lediging) | 0,20 | 0,60 | - | 5,00 |
| lediging papiercontainer (€/lediging) | - | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| alle volumes | |
| verwerking huisvuil (€/kg) | 0,35 |
| verwerking gft (€/kg) | 0,15 |
| verwerking papier & karton (€/kg) | 0,00 |
§6. Tarief plaatsen of wisselen container
De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume bedraagt € 15. De plaatsing of wisseling is gratis voor een nieuw aansluitpunt tot 30 kalenderdagen na de inhuizing.
§7. Tarief plaatsen wieltjes
De retributie voor het leveren en plaatsen van een set van 2 wieltjes op een container van 40 l bedraagt:
| leveren en plaatsen 2 wieltjes op 40 l | € 10 |
§8. Tarief plaatsen slot
De retributie voor het leveren en plaatsen van een slot bedragen:
| leveren en plaatsen slot 40-240 l | € 25 |
| leveren en plaatsen slot 1.000 - 1.100 l | € 33 |
Art. 6. - Extra huisvuil aanbieden via een ondergrondse container
§1. Gebruik van de ondergrondse container voor extra huisvuil
De gebruikers bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het huisvuil in de ondergrondse huisvuilcontainer deponeren.
De inwoners maken hiervoor gebruik van hun elektronische identiteitskaart of van een toegangskaart.
De vulopening van de ondergrondse container is beperkt tot 40 liter voor huisvuil. Per aanbieding kan slechts éénmaal gebruik gemaakt worden van voormeld volume.
De toegangskaarten worden bezorgd via de firma die door IGEAN werd aangeduid voor de nazorg van het diftarproject.
Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt zoals vermeld in artikel 4, § 4., zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse huisvuilcontainers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
§2. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen
De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zoals vermeld in artikel 4.§ 4. zijn van toepassing.
§3. Retributies
De retributie voor het aanbieden van maximum 40 l huisvuil via de hiervoor voorziene ondergrondse huisvuilcontainer bedraagt:
| extra huisvuil max. 40 l | € 2 |
De eerste toegangskaart is gratis. Voor de vervanging van een toegangskaart wordt volgende retributie aangerekend:
| vervanging toegangskaart | € 10 |
Art. 7. Ondergrondse containers met diftar en pop-up containers
§1. Gebruik van de ondergrondse containers
Het gebruik van ondergrondse containers voor huisvuil, gft, pmd en/of papier & karton, is verplicht voor de bewoners van de door de gemeente aangeduide adressen. De inwoners van deze vastgelegde adressen kunnen de aangeduide fracties niet aanbieden via de huis-aan-huisinzameling.
De inwoners bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het afval in de ondergrondse container deponeren.
De inwoners maken hiervoor gebruik van hun eID of een toegangskaart. De toegangskaarten worden bezorgd via de firma die door IGEAN werd aangeduid voor de nazorg van het diftarproject.
De maandelijkse servicekost zorgt ervoor dat elk aansluitpunt, dat afval kan aanbieden via de ondergrondse containers, bijdraagt in een deel van de vaste kosten van de dienstverlening.
Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt zoals vermeld in artikel 6, § 3., zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse containers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
§2. Gebruik van de pop-up containers
Omwille van wegenwerken of andere omstandigheden kan het gebeuren dat de huis-aan-huisophaling van bepaalde fracties in bepaalde (delen van) straten tijdelijk niet kan plaatsvinden. De inzameling aan huis van bepaalde afvalstoffen wordt dan tijdelijk vervangen door een brengmethode naar een pop-up container.
Het gebruik van de pop-up container is verplicht voor de bewoners van door de gemeente aangeduide adressen.
De inwoners bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het afval in de pop-up container deponeren.
De aanbieders maken hiervoor gebruik van hun elektronische identiteitskaart of vragen één toegangskaart per aansluitpunt aan.
De vulopening van de pop-up container is beperkt. Per aanbieding kan slechts éénmaal gebruik gemaakt worden van het vermelde volume.
Als het voorschot onder het minimum bedrag daalt zoals vermeld in artikel 4, § 4., zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de pop-up container totdat er opnieuw voldoende voorschot betaald werd.
§3. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen
De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zoals vermeld in artikel 4.§ 4. zijn van toepassing voor de aansluitpunten die beschikken over één of meerdere individuele containers.
Voor de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers, gelden volgende bedragen:
| voorschotbedrag | € 50,00 |
| drempelbedrag | € 12,00 |
| minimumbedrag | € 3,00 |
§4. Retributies
Volgende retributies gelden per fractie en volgens en het maximum volume dat per keer aangeboden kan worden via de ondergrondse of pop-up containers en worden afgehouden van het voorschot:
| huisvuil per aanbieding van max. 40 l | € 1,70 |
| gft per aanbieding van max. 30 l | € 0,70 |
| pmd per aanbieding van max. 40 l | € 0,10 |
| papier & karton | € 0,00 |
| glas | € 0,00 |
De servicekost wordt maandelijks op de eerste dag van de maand van het voorschot gehouden van de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers, ongeachte het aantal effectieve aanbiedingen.
| servicekost per maand voor het gebruik van ondergrondse container(s) | € 0,30 |
De eerste toegangskaart is gratis. Voor de vervanging van een toegangskaart wordt volgende retributie aangerekend:
| vervanging toegangskaart | € 10 |
§5. Wijze van inning
De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt zoals vermeld in artikel 2.§ 3. en voor aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers.
De retributies zullen geïnd worden met een voorschottensysteem zoals beschreven in artikel 4., § 2. en § 4. waarbij de retributies voor de dienstverlening afgehouden worden.
Als het voorschot onder het minimum bedrag daalt, zal geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse containers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
Art. 8. - Containers voor evenementen binnen het diftarproject
Voor evenementen kunnen tijdelijk containers aangevraagd worden. Dit voor een minimum periode van 1 dag en een maximum periode van 1 maand. De containers worden op de gevraagde datum door de gemeentelijke diensten geplaatst en na lediging terug opgehaald.
Voor deze dienstverlening wordt een vast bedrag per container aangerekend:
| 120 l | 240 l | 1.100 l | |
| forfaitair bedrag per container | € 10 | € 10 | € 20 |
De lediging met weging gebeurt tijdens de ophaalronde van de huis-aan-huisinzameling. De ledigingskost (per ophaling) en verwerkingskost (per kg) zoals vastgelegd in artikel 4.§5. zijn hierop van toepassing. Na de huurperiode wordt er een factuur opgemaakt aan de organisator van het evenement.
Art. 9. - Ophaling van grofvuil op afroep
Als het grofvuil omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht en niet past in het standaard recipiënt voor de inzameling van huisvuil, dan kan het meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak. Per ophaaladres kan maximum 3 m³ grofvuil worden aangeboden.
Het grofvuil wordt ter plaatse gewogen met uitzondering van de afvalfracties die onder een UPV (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid) vallen.
De retributie bestaat uit een vaste kost per ophaaladres + aantal kg x tarief per kg grofvuil:
| vaste kost per ophaaladres | € 85 |
| per kg grofvuil | € 0,35 |
Art. 10. - Ophaling van snoeiafval op afroep
Als het snoeihout omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht, dan kan het samengebonden in hanteerbare bundels meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De takken hebben een diameter van maximum 10 cm. De bundels zijn maximum 1,5 m lang en hebben een maximale diameter van 50 cm. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak. Per ophaaladres kan maximum 3 m³ snoeihout worden aangeboden.
Voor het snoeihout wordt een vaste retributie aangerekend als volgt:
| vaste kost per ophaaladres | € 45 |
Art. 11. - Indexering
§1. Afgevlakte gezondheidsindex
De retributies vermeld in artikel 4. § 5., artikel 5.§ 3. en artikel 6. § 4., met uitzondering van het tarief voor vervanging van een toegangskaart en het aanbieden van pmd via ondergrondse containers, worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. Het zo verkregen getal wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
De totale retributie zal bij elke afrekening afgerond worden op 2 decimalen.
Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.
§2. Recyclageparkindex voor grofvuil
Voor het grofvuil dat aan huis op afroep wordt opgehaald zoals bepaald in artikel 8, gebeurt een jaarlijkse aanpassing van het variabel tarief per kg volgens de recyclageparkindex.
Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.
Dit geeft volgende formule:
RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)
RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:
1. Ophaalkosten
Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1
2. Exploitatiekosten
Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1
3. Personeelskosten
Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt
Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1
De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1.07.2027.
De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden.
Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x + 1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.
Art. 12. - Bezwaar
De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening. Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.
Art. 13.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.
Art. 14.
Onderhavig reglement vervangt de vorige reglementen ten deze, treedt in voege op 1 september 2026 en loopt t.e.m. 31 december 2031.
Art. 15. - Bekendmaking
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Een afschrift van dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid bezorgd en aan IGEAN milieu & veiligheid, die instaat voor de verdere uitvoering hiervan gelet op de beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid.
Het retributiereglement voor de begraafplaats loopt af per 31 december 2025.
In het nieuwe reglementsvoorstel voor 2026 tot 2031 zijn er 4 wijzigingen:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend retributiereglement voor de begraafplaatsen goed om in te gaan op 1 januari 2026:
Retributiereglement begraafplaatsen
Artikel 1.
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor het verlenen van concessies op de begraafplaats, gravures en ontgravingen.
Art. 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Art. 3.
Het tarief van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
§1. Aanvang van een geconcedeerde grond:
| Grondconcessie | 20 jaar | 30 jaar |
| 1 persoon |
€ 600 | € 900 |
| 2 personen boven elkaar | € 800 | € 1200 |
| 2 personen naast elkaar | € 1200 | € 1800 |
| 3 personen boven elkaar | € 1000 | € 1500 |
| 3 personen, 2 naast elkaar en 1 erboven | € 1400 | € 2100 |
| 3 personen naast elkaar | € 1800 | € 2700 |
| 4 personen, 2 naast elkaar en 2 erboven | € 1600 | € 2400 |
§2. Aanvang van een geconcedeerde columbariumnis:
| Columbariumconcessie | 20 jaar | 30 jaar |
| 1 persoon | € 500 | € 750 |
| 2 personen | € 700 | € 1050 |
§3. Aanvang van een geconcedeerd urnenveld:
| Urnenveldconcessie | 20 jaar | 30 jaar |
| 1 persoon | € 500 | € 750 |
| 2 personen | € 700 | € 1050 |
§4. Verlenging van een bestaande grondconcessie:
| Grondconcessie | 10 jaar | 20 jaar | 30 jaar |
| 1 persoon | € 300 | € 600 | € 900 |
| 2 personen boven elkaar | € 400 | € 800 | € 1200 |
| 2 personen naast elkaar | € 600 | € 1200 | € 1800 |
| 3 personen boven elkaar | € 500 | € 1000 | € 1500 |
| 3 personen, 2 naast elkaar en 1 erboven | € 700 | € 1400 | € 2100 |
| 3 personen naast elkaar | € 900 | € 1800 | € 2700 |
| 4 personen, 2 naast elkaar en 2 erboven | € 800 | € 1600 | € 2400 |
§5. Verlenging van een bestaande columbariumconcessie:
| Columbariumconcessie | 10 jaar | 20 jaar | 30 jaar |
| 1 persoon | € 250 |
€ 500 | € 750 |
| 2 personen | € 350 | € 700 | € 1050 |
§6. Verlenging van een bestaande urnenveldconcessie:
| Urnenveldconcessie | 10 jaar | 20 jaar | 30 jaar |
| 1 persoon | € 250 | € 500 | € 750 |
| 2 personen | € 350 | € 700 | € 1050 |
§7. Ontgravingen:
| Ontgraving kist tijdens de looptijd van de concessie | € 900 |
| Ontgraving kist bij afloop van de concessie | € 900 |
| Ontgraving urne tijdens de looptijd van de concessie | € 400 |
| Ontgraving urne bij afloop van de concessie | € 50 |
§8. Naamplaten:
De gravure voor een columbarium of een urnenveld wordt slechts aangerekend wanneer de aanvrager niet kiest voor een concessie.
| Columbarium | € 175 |
| Urnenveld | € 200 |
| Naamplaatje gedenkzuil strooiweide en natuurbegraafplaats | € 35 |
Art. 4.
§1. De in artikel 3 vermelde tarieven zijn slechts van toepassing voor personen die op het moment van overlijden, ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van Kontich of personen die gedurende minimaal 25 jaar in Kontich gewoond hebben.
§2. EU-ambtenaren die als gevolg van hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke bevolkings- of vreemdelingenregisters en die werkelijk in de gemeente verblijven, worden gelijkgesteld met de personen die wel zijn ingeschreven in de vernoemde registers.
§3. Wanneer overleden personen niet vallen onder de in artikel 4 §1 en §2 gestelde voorwaarden, wordt er een taks van € 500 bij de prijs geteld, zowel voor de aanvang van een concessie als bij een verlenging.
§4. Wanneer overleden personen niet vallen onder de in artikel 4 §1 en §2 gestelde voorwaarden en zij kiezen voor een asuitstrooiing, wordt er € 75 aangerekend.
§5. Voor de specifieke graven (eeuwigdurenden, kindergraven en graven van oudstrijders) verwijzen we naar het politie- en huishoudelijk reglement van de gemeentelijke begraafplaats.
§6. Personen die op het moment van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van Kontich of personen die minimaal 25 jaar in Kontich gewoond hebben kunnen gratis begraven worden op de natuurbegraafplaats.
§7. EU-ambtenaren die als gevolg van hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke bevolkings- of vreemdelingenregisters en die werkelijk in de gemeente verblijven, worden gelijkgesteld met de personen die wel zijn ingeschreven in de vernoemde registers en kunnen ook gratis begraven worden op de natuurbegraafplaats.
§8. Wanneer overleden personen niet vallen onder de in artikel 4 §6 en §7 gestelde voorwaarden en zij kiezen voor een begraving op de natuurbegraafplaats, wordt er € 150 aangerekend.
§9. Bij een uitzonderlijke aanpassing van een concessie (columbarium en urnenveld) van 1 persoon naar een concessie van 2 personen zal het verschil aangerekend worden vanaf het jaar van de bijzetting van de tweede persoon, gerekend aan de geldende tarieven van dat moment.
§10. Assen van huisdieren kunnen gratis bijgeplaatst worden.
§11. Bij de aanvang van een grondconcessie of een niet-geconcedeerde begraving van een kist, dient de concessiehouder of de aanvrager van de gratis begraving een zerk te plaatsen binnen een jaar. Wanneer de concessiehouder dit niet doet, zorgt de gemeente voor een steen. De concessiehouder of aanvrager dient hiervoor € 100 te betalen.
Gemeenten verrichten voor burgers heel wat administratieve prestaties inzake burgerzaken. Essentiële overheidstaken zijn als basisdienstverlening kosteloos voor de burger. De gemeente bekostigt haar kerntaken vanuit de algemene middelen. Voor bijkomende administratieve prestaties kunnen gemeenten via een retributie wel een kostendekkende vergoeding vragen aan de burger.
Gemeenten leveren daarnaast tal van administratieve stukken af aan de burger: identiteits- en verblijfsdocumenten, reisdocumenten, rijbewijzen, trouwboekjes, afschriften en uittreksels van akten uit de registers van burgerlijke stand… Gemeenten kunnen een retributie heffen op de afgifte van verschillende categorieën van rijbewijzen, elektronische identiteitskaarten en elektronische verblijfsdocumenten. De FOD Binnenlandse Zaken deelt gemeenten jaarlijks de geïndexeerde tarieven mee voor de uitreiking van de verschillende categorieën. Dit zijn de vergoedingen voor het maakloon die de federale overheid ten laste van de gemeenten legt. Gemeenten rekenen deze federale aanmaakkost door aan de burger en kunnen daarbovenop een redelijke gemeentelijke vergoeding voor de afgifte doorrekenen aan de burger. Voor de afgifte van andere administratieve stukken kunnen gemeenten in principe via een retributie een kostendekkende vergoeding vragen aan de burger.
Het huidige reglement administratieve stukken verloopt op 31 december 2025. Dit dient dus vernieuwd te worden. De huidige aparte reglementen voor huwelijken en administratieve prestaties vervallen eveneens op 31 december 2025 en worden voor zover nog relevant voortaan mee opgenomen in dit reglement.
Bij deze gelegenheid is een nieuwe benchmarking gebeurd met de tarieven van de buurgemeenten, en zijn de tarieven waar nodig en mogelijk - rekening houdend met de kosten van bepaalde producten en de workload die ze met zich brengen - verhoogd om de kostendekkingsgraad van deze dienstverlening te verbeteren.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Te verwachten meerinkomst over 2026-2031: ca. € 500.000
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het hiernavolgende reglement "Retributie op administratieve handelingen en stukken" goed om in te gaan op 1 januari 2026:
Reglement "Retributie op administratieve handelingen en stukken"
Artikel 1.
Er wordt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie gevestigd op het afleveren door het gemeentebestuur van allerhande administratieve stukken.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Art. 2.
Het bedrag van het administratief stuk wordt als volgt bepaald:
1° op de afgifte van reispassen
2° op de afgifte van rijbewijzen
3° op de afgifte van elektronische identiteitskaarten
4° op administratieve handelingen
Art. 3.
De invordering van deze retributie gebeurt contant.
Het belastingreglement op uitoefening van ambulante activiteiten dient herzien te worden met ingang van 1 januari 2026.
De prijzen voor standplaatsen op de wekelijkse markt zijn aangepast van € 1,25 naar € 1,50 per lopende meter en er is een onderscheid gemaakt tussen vaste en losse marktkramers waarbij de losse marktkramers € 2,50 per lopende meter wordt voorgesteld.
Voor de afname van elektriciteit is er een aanpassing gebeurt naar meer realistische waarden namelijk van € 1 naar € 2 voor minder dan 16A en van € 2 naar € 4 voor meer dan 16A. Er wordt hier voorgesteld om enkel een driemaandelijks tarief af te spreken en niet meer jaarlijks aangezien dit nooit gebruikt werd.
Een werkelijke elektriciteitskost per kraam in onberekenbaar vandaar een forfait. Een kippenkraam verbruikt uiteraard veel meer dan een kraam met een paar lampen.
Deze aanpassingen zouden leiden tot een verhoging van de inkomsten van € 5.342,48 per jaar.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend retributiereglement op het uitoefenen van ambulante activiteiten goed:
Retributie op het uitoefenen van ambulante activiteiten
Artikel 1. - Berekeningsgrondslag en tarief
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt voor het lokaal bestuur de organisatie van ambulante activiteiten vastgesteld als volgt:
Vrijstelling:
Art. 2. - De persoon die de retributie verschuldigd is
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- en rechtspersoon die ambulante activiteiten uitoefenen op het op openbaar domein op basis van:
Art. 3. - Bedrag van verbruik van elektriciteit
De marktkramers, zowel van de vaste als de losse standplaats, die gebruik maken van de levering van de gemeentelijke elektriciteit op de wekelijkse openbare markt als de (niet)vooraf bepaalde locaties, betalen hiervoor een forfaitaire vergoeding:
| Minder of gelijke aan 16 ampère | Meer dan 16 ampère | |
| Één dag | € 2 | € 4 |
| Driemaandelijks | € 20 | € 40 |
Art. 4. - Wijze van betaling
De retributie van ambulante activiteit wordt betaald als volgt:
Art. 5. - Bevoegdheid college van burgemeester en schepenen
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd tot het vaststellen van het tarief van de retributie.
Art. 6. - Niet-betaling
Ingeval de facturen niet binnen de 14 dagen na versturing betaald worden, kan de toegang tot de standplaats worden geweigerd.
Art. 7. - Bekendmaking en verbintenis
De toewijzing van een abonnement wordt bekend gemaakt aan de aanvrager schriftelijk bevestigd.
De toewijzing van een abonnement gebeurt uitsluitend indien de kandidaat een schriftelijke verbintenis tekent met de producten die de houder van een standplaats verklaart te verkopen, de voorwaarden waaraan hij moet voldoen tijdens de geldigheidsduur van de autorisatie en de begin- en einddatum van de toewijzing.
De kandidaat beschikt over 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van het document. De brief wordt geacht ontvangen te worden op de dag van verzending in geval van een e-mail en de volgende dag als in geval van een brief.
Op een openbare markt wordt het abonnement toegekend voor 12 opeenvolgende maanden en jaarlijks stilzwijgend hernieuwd.
Het retributiereglement werken op openbaar domein door de Technische dienst dient vernieuwd te worden met ingang van 1 januari 2026.
In het nieuwe reglement zijn de tarieven voor uurlonen aangepast, de reële kost van bepaalde materialen is voorzien op basis van historische ingrepen en vooral de verwerking van restafval is aangepast naar de huidige tarieven.
De tarieven voor plaatsing van parkeerverbod zijn aangepast en er is een spoedprocedure opgenomen. We stellen vast dat regelmatig aanvragen gedaan worden waarbij minder dan 5 dagen tijd is om alle administratie en effectieve plaatsing van de parkeerverbodsborden te verwerken. Onze mensen moeten hun planning dan volledig omgooien om dit alsnog te gaan plaatsen gelet op de geldende termijnen.
Bijkomend is bewaring van inbeslaggenomen voertuigen door de Politie in dit reglement opgenomen vergelijkbaar met bewaring uithuiszetting. Dit heft dan het vroegere reglement op dat specifiek opgemaakt was voor de bewaring van voertuigen.
Met de aanpassing van deze tarieven zou dit een verhoging van de inkomsten op jaarbasis betekenen van 2.157 euro per jaar. De aanvragen voor parkeerverbod worden verwerkt via de inkomsten inname openbaar domein.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed voor werken op openbaar domein voor derden uitgevoerd door de Technische Dienst:
Retributiereglement werken openbaar domein door Technische Dienst - 2026-2031
Enig artikel.
Voor de werken op openbaar domein voor derden uitgevoerd door de gemeentelijke Technische Dienst in de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 gelden volgende tarieven:
| vermoedelijke hoeveelheid | eenheidsprijs | |||||
| 1 | Prestaties geleverd door gemeentepersoneel op basis van de uren werk en het niveau van de medewerker | |||||
| A-niveau | x | 150,00 | €/u | |||
| B-niveau | x | 125,00 | €/u | |||
| C-niveau | x | 100,00 | €/u | |||
| D en E-niveau | x | 75,00 | €/u | |||
| Voor nachtprestaties (tussen 22 uur en 6 uur) en voor prestaties op weekend en/of wettelijke feestdagen worden bovenstaande prijzen per begonnen uur werk verhoogd met 100%. | ||||||
| Administratiekosten | x | 15,00 | forfait | |||
| 2 | (Her)plaatsen van betonstraatstenen 22x11x8, 22x22x8 of 30x30x6 (enkel thv voetpad) | m² | x | 70,00 | €/m² | |
| Omzichtig opbreken van betonstraatstenen of grondwerk, incl. fundering | ||||||
| Plaatsen van nieuwe fundering in breekzand of steenslag afhankelijk van belasting | ||||||
| (Her)plaatsen van (opgebroken) betonstraatstenen | ||||||
| Afvoeren van afval (uitgegraven grond + steenoverschotten) | ||||||
| Inzanden en afwerken | ||||||
| 3 | Aanpassen of maken nieuwe boordstenen | m | x | 65,00 | €/m | |
| omzichtig opbreken van boordstenen type ID (max breedte 10 cm), incl. fundering | ||||||
| omzichtig opbreken van boordstenen type IA-IB of IE (min breedte 10 cm), incl. fundering | ||||||
| aanbrengen nieuwe fundering in mager beton , dikte 10cm + stut (type ID) | ||||||
| aanbrengen nieuwe fundering in mager beton , dikte 15cm + stut (type > ID) | ||||||
| (Her)plaatsen boordstenen | ||||||
| Afvoeren van afval (uitgegraven grond + steenoverschotten) | ||||||
| Inzanden en afwerken | ||||||
| 4 | Aanpassen of maken nieuwe weggoot in halve betontegels | m | x | 60,00 | €/m | |
| omzichtig opbreken van weggoot, incl. fundering | ||||||
| aanbrengen nieuwe fundering in mager beton, dikte 10 cm | ||||||
| (Her)plaatsen greppelstenen 30x15x7 cm | ||||||
| Afvoeren van afval (uitgegraven grond + steenoverschotten) | ||||||
| Inzanden en afwerken | ||||||
| 5 | Herstellen Asfalt-verhardingen (plaatselijke uitvoering koud asfalt) | m² | x | 220,00 | €/m² | |
| Maken van zaagsnedes in KWS-verharding, diepte 10 cm | ||||||
| Uitbreken KWS-verharding, incl. fundering 20cm en afvoer afval | ||||||
| Aanbrengen nieuwe fundering in niet-continue steenslag, dikte 20 cm | ||||||
| Plaatsen van bitumenemulsie t.h.v. de naden | ||||||
| Plaatsen van nieuwe KWS-verharding, dikte 5 cm | ||||||
| Afvoeren afval | ||||||
| 6 | Herstellen groenelementen | |||||
| 6.1 | Afgraven beschadigde bermen en aanleggen nieuwe teelaarde, dikte 20 cm | m² | x | 60,00 | €/m² | |
| 6.2 | Kost voor inzaaien met gras, incl. egaliseren, eggen en rollen (berekeningsformule VVSG) | m² | x | 20,00 | €/m² | |
| 6.3 | Kost voor herplanten onderbeplanting naar analogie met aanwezige beplanting | m² | x | 35,00 | €/m² | |
| 6.4 | Beschadiging bomen via waardebepaling VVOG | waarde | ||||
| 7 | Leveren van nieuw bestratingsmateriaal ( hoeveelheden < of = 1 m of 1 m² ) | |||||
| 7.1 | betontegel 30x30x6 cm | st | x | 3,85 | €/st | |
| 7.2 | betonstraatsteen 22x11x8 cm | st | x | 0,90 | €/st | |
| 7.3 | betonstraatsteen 22x22x8 cm | st | x | 1,40 | €/st | |
| 7.4 | boordstenen type ID ( max breedte 10 cm) | st | x | 13,80 | €/st | |
| 7.5 | boordstenen type IA-IB of IE (min breedte 10 cm) | st | x | 17,40 | €/st | |
| 7.6 | gootstenen 30x15x7 cm | st | x | 1,50 | €/st | |
| 8 | Vaststelling prijzen bij aanrijding gemeentelijk (straat)meubilair | |||||
| 8.1 | gecoate paal dia 76 mm, l = 4,00 m, incl. bevestiging met beton in grond | st | x | 140,00 | €/st | |
| 8.2 | Meerprijs voor bevestiging in bestrating | st | x | 70,00 | €/st | |
| 8.3 | Verkeersbord met omgeplooide rand, incl. bevestigingsmiddelen klein | st | x | 75,00 | €/st | |
| 8.4 | Verkeersbord met omgeplooide rand, incl. bevestigingsmiddelen groot | st | x | 130,00 | €/st | |
| 8.5 | Antiparkeerpaal in hardhout met diamantkop en reflectorbanden, incl. bevestiging in grond | st | x | 95,00 | €/st | |
| 8.6 | Antiparkeerpaal in hardhout met diamantkop en reflectorbanden, wegneembaar | st | x | 260,00 | €/st | |
| 8.7 | Amsterdammer | st | x | 255,00 | €/st | |
| 8.8 | Amsterdammer wegneembaar | st | x | 360,00 | €/st | |
| 8.9 | Verkeersspiegel diam. 800 | st | x | 550,00 | €/st | |
| 8.10 | Verkeersspiegel diam. 600 | st | x | 440,00 | €/st | |
| 9 | Afvoeren van afval | |||||
| 9.1 | Afvoeren van oude fundering, stabilisé, beton, ... | ton | x | 90,00 | €/ton | |
| 9.2 | Afvoeren grond | ton | x | 90,00 | €/ton | |
| 9.3 | Afvoeren restafval | ton | x | 280,00 | €/ton | |
| 9.4 | Afvoeren groenafval | ton | x | 90,00 | €/ton | |
| 9.5 | Afvoeren gemengd bouw- en sloopafval | ton | x | 280,00 | €/ton | |
| 10 | Parkeerverbod - Nadarbarelen | |||||
| 10.1 | Plaatsing en ophaling parkeerverbod door technische dienst | x | 65,00 | €/2 parkeerverbodsborden/week | ||
| 10.1.1 | Extra week parkeerverbod | x | 15,00 | €/2 parkeerverbodsborden/week | ||
| 10.1.2 | Spoedprocedure parkeerverbod (aanvragen ingediend op minder dan 5 werkdagen) | x | 80,00 | €/2 parkeerverbodsborden/week | ||
| 10.2 | Huurprijs verkeersbord per week | x | 20,00 | €/bord/week | ||
| 10.3 | Huurprijs verkeersbord per week met paal en voet | x | 35,00 | €/bord/week | ||
| 10.4 | Huurprijs nadarbareel per week (excl. evenementen) | x | 7,50 | €/nadar/week | ||
| 10.5 | Huurprijs nadarbareel met verkeersbord per week (excl. evenementen) | x | 27,50 | €/nadar/week | ||
| 11 | Uithuiszetting | |||||
| 11.1 | Prestaties geleverd door personeelsleden Technische Dienst | x | 75,00 | €/u | ||
| 11.2 | Bewaarkosten 1ste 7 dagen | x | 7,00 | €/dag | ||
| 11.3 | Bewaarkosten vanaf 8ste dag | x | 5,00 | €/dag | ||
| 12 | Bewaring voertuigen en aanhangwagens | |||||
| 12.1 | Bewaarkosten 1ste 7 dagen | x | 7,00 | €/dag | ||
| 12.2 | Bewaarkosten vanaf 8ste dag | x | 5,00 | €/dag | ||
Het lokaal bestuur stelt het belang van een goede woningkwaliteit in huurwoningen voorop. De huurwoningen op het grondgebied moeten voldoen aan de minimale veiligheids- en kwaliteitsnormen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Het lokaal bestuur wenst de lopende acties hierrond verder te zetten.
Een conformiteitsattest verplichten voor private en sociale huurwoningen, blijft een belangrijk instrument voor het lokale woningkwaliteitsbeleid. Dankzij dit instrument kan de kwaliteit van het huurwoningpatrimonium in kaart gebracht, bewaakt en opgevolgd worden. De verplichting om het conformiteitsattest voor te leggen bij verhuring of ter beschikking stelling, legt de verantwoordelijkheid voor het verhuren of ter beschikking stellen van een woning die aan minimale eisen voldoet, bij de eigenaars of verhuurders.
Tijdens de zitting van 15 september 2025 heeft de gemeenteraad daarom beslist om in te tekenen op de intergemeentelijke samenwerking met IGEAN dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering, en daarbij goedkeuring gegeven aan de projectfiche Intergemeentelijke werking lokaal woonbeleid met het daarbij horende subsidiedossier inclusief plannen van aanpak.
Betreffende het conformiteitsattest voor huurwoningen, houdt het plan van aanpak in dat er wordt ingezet op een aantal voorgestelde eigen initiatieven:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41: De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van reglementen en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen.
De GAS-boete wordt betaald op rekening van de gemeente. De retributie voor het conformiteitsonderzoek wordt in een apart retributiereglement vastgelegd.
Artikel 1.
De gemeenteraad heft met ingang van 1 januari 2026 de gemeentelijke verordening conformiteitsattesten op, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17 juni 2024.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt volgende verordening op het verplicht conformiteitsattest voor huurwoningen goed:
Gemeentelijke verordening op het verplicht conformiteitsattest voor huurwoningen
Artikel 1.
Elke eigenaar en verhuurder die een woning verhuurt of ter beschikking stelt als hoofdverblijfplaats of met het oog op de huisvesting van een of meer studenten, moet voor elke woning een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.
Deze verplichting wordt gefaseerd ingevoerd voor alle nieuwe verhuringen en op basis van de leeftijd van de huurwoning:
Zolang niet aan deze verplichting is voldaan, geldt een jaarlijks terugkerende verplichting om het conformiteitsattest aan te vragen. De aanvraag wordt ten laatste ingediend op de verjaardag van de dag waarop de eigenaar en verhuurder bij aangetekend schrijven in kennis is gesteld dat hij niet over het verplichte conformiteitsattest beschikt. Als ontvangstdatum van het aangetekend schrijven geldt de eerste werkdag na de verzending.
Art. 2.
De geldigheidsduur van het conformiteitsattest voor woningen en kamers is afhankelijk van het aantal gebreken in categorie 1 op het technisch verslag:
>/= 5 gebreken is 5 jaar
</= 4 gebreken is 10 jaar
Art. 3.
De kostprijs voor het uitvoeren van het conformiteitsonderzoek wordt vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement.
Art. 4.
Inbreuken op bepalingen van deze verordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete en worden opgelegd door de daartoe aangestelde ambtenaar conform de procedure vervat in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Art. 5.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Sinds de wijziging in de Vlaamse Codex Wonen 2021 (ingegaan op 1 juni 2024) kan de gemeente een vergoeding vragen voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. De maximale vergoeding die de gemeente mag aanrekenen voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek, is vastgelegd op € 200. Het bedrag dat de gemeente aanrekent, mag daarnaast de werkelijke kostprijs niet overschrijden. Daarnaast kan het bedrag jaarlijks geïndexeerd worden.
De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Voor een kamerwoning is dit dus een vergoeding per kamer (niet-zelfstandige woning). De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring. Dit zorgt ervoor dat er:
De houder van het zakelijk recht zal dus enkel een vergoeding moeten bij de aanvraag van een conformiteitsattest en bij hercontroles. Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen, in volgende gevallen:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41: De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van reglementen en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen.
De retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek wordt vastgelegd op € 200,00.
Dit bedrag kan geïndexeerd worden vanaf ten vroegste januari 2027.
De facturatie van de retributie gebeurt nadat het conformiteitsonderzoek heeft plaatsgevonden.
Indien een hercontrole nodig is gebleken, wordt hiervoor een retributie van € 100,00 aangerekend.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend retributiereglement op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek goed:
Retributiereglement op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek
Artikel 1.
Het besluit van 17 juni 2024 over de retributiereglement op het uitvoeren van het conformiteitsonderzoek wordt opgeheven.
Art. 2.
Het retributiereglement op het uitvoeren van het conformiteitsonderzoek gaat in op 1 januari 2026 en is geldig t.e.m. 31 december 2031.
Art. 3.
Het bedrag van de retributie voor een conformiteitsonderzoek per woning (zowel voor een zelfstandige woning als kamer) wordt vastgesteld:
Art. 4.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het conformiteitsonderzoek.
Art. 5.
Van deze retributie wordt vrijgesteld: de woonmaatschappij Thuisrand BV.
De gemeente wenst een gedifferentieerd parkeerbeleid te voeren in functie van het aanbieden van parkeerplaatsen voor zijn inwoners en bezoekers en in functie van het sturen van het autogebruik. Ter uitvoering van dit beleid wordt in verschillende delen van het grondgebied de parkeertijd beperkt door het invoeren van zogenaamde ‘blauwe zones’. In deze zones is het conform de wegcode verplicht om de parkeerschijf te gebruiken. Indien niet nader bepaald, kan men maximaal 2 uur parkeren. In functie van parkeren door inwoners worden bewonerskaarten uitgereikt door de parkeerconcessionaris.
Wij kregen op 13/08/2025 een brief van Agentschap Binnenlands Bestuur i.v.m. het retributiereglement parkeren in de blauwe zone.
“Wanneer de kosten voor de eerste betalingsaanmaning uitsluitend aangerekend worden aan houders van een buitenlandse nummerplaat, handelen de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel. “
We hebben dit door Moovia laten nakijken en het eenvoudigste is in de tekst ‘buitenlandse nummerplaten’ volledig te schrappen dan valt alles onder consumenten.
Bij Artikel 10: Invordering en betaling werd dan volgende opsplitsing gemaakt :
De bevraging over de evaluatie van de blauwe zone rond het Stationsplein werd afgerond eind Augustus 2025. De bewoners maakten duidelijk de keuze voor het behoud van de blauwe zone. Op 3 oktober 2025 werd tijdens een overleg met Moovia besproken samen met de schepen van Mobiliteit om de blauwe zone in de Stationsomgeving te behouden met maximum 6 uur parkeren met blauwe schijf.
Naast deze reeds voorgestelde wijzigingen worden nog enkele aanvullende aanpassingen in het reglement meegenomen. Deze aanpassingen zijn gericht op het verbeteren van de duidelijkheid, actualiteit en praktische uitvoerbaarheid van het reglement:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt onderstaand retributiereglement op het parkeren in de blauwe zone goed:
Retributiereglement op het parkeren in de blauwe zone
Artikel 1. - Basis voor de retributie
Voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 30 juni 2029 wordt een gemeentelijke retributie gevestigd op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg, waar dat parkeren toegelaten is en waar een blauwe zone van toepassing is.
Art. 2. - Definities
Voor de toepassing van dit regelement wordt verstaan onder:
In afwijking van het vorige lid, kunnen ook bewoners van de Spoorwegstraat en het volledige Stationsplein een bewonerskaart verkrijgen volgens dezelfde voorwaarden als bewoners van de blauwe zone.
Een eerste bewonerskaart heeft een geldigheidsduur van 2 jaar. Bewoners worden minstens 1 maand voor de vervaldag, op de hoogte gebracht dat hun bewonerskaart zal vervallen, en dat ze deze dienen te verlengen indien ze dat wensen.
De uitreiking van de bewonerskaarten is verbonden aan een aantal beperkende, wettelijk (M.B. 18/12/1991) opgelegde voorwaarden.
Een gedomicilieerde inwoner van de blauwe zone kan een bewonerskaart aanvragen voor het voertuig dat op zijn/haar naam ingeschreven staat of waarvan hij/zij de vaste bestuurder is (salariswagens en dienstwagens: attest van de werkgever voor te leggen).
Art. 3. - Tarieven en berekening
a) Tarief:
Het tarief geldt van maandag tot en met zaterdag van 9u00 tot 18u00 in blauwe zone centrum, uitgezonderd feestdagen en 11 juli. De parkeerkeerduurtijd bedraagt er 2 uren.
Het tarief geldt van maandag tot en met vrijdag van 9u00 tot 18u00 in blauwe zone Stationsomgeving, uitgezonderd feestdagen en 11 juli. De parkeerduurtijd bedraagt er 6 uren.
b) De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het KB van 01.12.1975.
Art. 4. - Niet van toepassing op:
De mindervaliden, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven retributies indien deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Worden eveneens vrijgesteld van de betaling van de voorgeschreven retributies: - de politie- en brandweerdiensten, hulpdiensten en dienstvoertuigen van de gemeente Kontich.
Art. 5. - Kostprijs bewonerskaarten
Kostprijs voor het bekomen van een bewonerskaart:
Een tweede bewonerskaart op hetzelfde adres kan enkel verkregen worden, indien men niet beschikt over een garage en/of oprit op het adres waar de aanvrager gedomicilieerd is en is één jaar geldig.
Hiertoe dient men een attest te bekomen, waarin het Gemeentebestuur Kontich bevestigt dat de bewoner aanspraak kan maken op een tweede bewonerskaart. De aanvraag om het attest te verkrijgen, wordt gericht aan de Dienst Mobiliteit.
Dit attest dient gevoegd te worden bij de aanvraag van de tweede bewonerskaart.
Art. 6. - Vaststelling van de zones
Volgende straten vallen in blauwe zone centrum: Hier geldt een standaard parkeerduurtijd van 2 uren.
Volgende straten vallen in de blauwe zone Stationsomgeving. Hier geldt een parkeerduurtijd van 6 uren, van maandag tot vrijdag. Dit wordt kenbaar gemaakt door verkeersborden.
Art. 7. - Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat.
Art. 8. - Vaststelling
Art. 9. - Invordering en betaling
Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald.
De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing (afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure (hetzij B2B, hetzij B2C) , met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:
De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties. (zie ook: Art XIX.4, 1° WER).
Art. 10. - Bekendmaking
Dit retributiereglement treedt in voege op 1 januari 2026 en vervangt het door de gemeenteraad van 20 november 2023 goedgekeurde reglement.
Er wordt een nieuw retributiereglement opgesteld voor het uitlenen van feestmateriaal.
Het is praktisch niet mogelijk om het reglement te laten ingaan op 1 januari 2026. Er dient nog een betaalplatform voorzien te worden om de betalingen op een eenvoudige manier te monitoren. Het nieuwe reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2027. Alle ontleners worden geïnformeerd dat uitlenen vanaf 2027 betalend wordt.
Ten opzichte van de vorige versie die in het college ter kennisname werd geagendeerd zijn er enkele aanpassingen gebeurd:
Deze retributie wordt geraamd tot een verhoging van de inkomsten van € 32.643,38 per jaar.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend retributiereglement uitleen feestmateriaal goed:
Retributie uitleen feestmateriaal
Artikel 1. - Basis voor de retributie
Er wordt met ingang van 1 januari 2027 en eindigend op 31 december 2031 ten behoeve van de gemeente, een retributie geheven op de ontlening van feestmateriaal.
Art. 2. - Belanghebbenden
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Het materiaal kan ontleend worden door:
Art. 3. - Reservering
Reservering dient te gebeuren uiterlijk 1 maand voor het tijdstip van de activiteit.
Materialen kunnen ten vroegste 12 maanden voor het tijdstip van de activiteit worden gereserveerd.
Het Gemeentebestuur behoudt zich het recht om deel van de materialen niet te reserveren, wegens potentieel eigen gebruik.
De reservering dient aangevraagd te worden aan de hand van het online invulformulier op www.kontich.be/feestmateriaal
Art. 4. - Tarieven
De retributie wordt vastgelegd op volgende stukprijzen.
| tafels |
€ 0,70 |
| stoelen |
€ 0,20 |
| podium per stuk |
€ 2,50 |
| statafels |
€ 2,40 |
| tenten 3*3 |
€ 26,00 |
| tenten 3*6 |
€ 39,00 |
| tentoonstellingspanelen |
€ 2,00 |
| nadarbarelen |
€ 1,00 |
| fietsnadar |
€ 2,00 |
| verlichting 25 meter |
€ 5,00 |
| vlaggenmasten |
€ 2,50 |
| vlaggen |
€ 2,00 |
| verkeersborden |
€ 1,00 |
| kegel |
€ 0,50 |
| flikkerlicht |
€ 1,00 |
| brandblusser |
€ 2,00 |
| kabelgoot |
€ 0,50 |
| verlengdraden (25 of 40 m) |
€ 5,00 |
| paddenstoel elektriciteit |
€ 10,00 |
Er wordt een administratieve verwerkings- en leveringskost aangerekend van € 50 per dossier.
Art. 5. - Vrijstellingen
Van deze retributie zijn vrijgesteld:
Art. 6. - Modaliteiten
Alle aangevraagde materialen worden geleverd door de gemeentediensten. Leveringen gebeuren steeds gelijkvloers op een plaats die vlot bereikbaar is voor het gemeentepersoneel.
Na gebruik dient de ontlener het materiaal op dezelfde plaats als dit werd geleverd terug te verzamelen, zodat het ophalen op een vlotte manier kan verlopen. Al het materiaal moet proper, correct gestapeld en in dezelfde staat als bij levering tijdig klaar gezet worden.
Indien het materiaal niet klaarstaat voor ophaling en we hierdoor meerdere keren naar de ophaallocatie moeten terugkeren, wordt een extra kost aangerekend gelijk aan de administratieve verwerkings- en leveringskost.
De materialen kunnen door de gemeentediensten worden geleverd volgens de beschikbaarheid in de planning of tijdens de normale diensturen op uitdrukkelijke vraag van de aanvrager.
Art. 7. - Plichten van de aanvragers
De aanvragers zijn verantwoordelijk voor de ontleende materialen, vanaf het ogenblik van de levering tot op het ogenblik van ophaling door de gemeentediensten. Het is de gebruiker niet toegelaten het materiaal aan derden over te dragen of door te verhuren. Bij inbreuk hierop kan het schepencollege beslissen het materiaal onmiddellijk terug te vorderen en in de toekomst geen materiaal meer beschikbaar te stellen. De gebruiker dient zorg te dragen voor de materialen. In geval van beschadiging, verlies of diefstal dient de gebruiker dit financieel te vergoeden. Deze bijkomende retributie wordt vastgelegd op 75% van de dan geldende nieuwprijs. Alle materialen dienen gereinigd te worden alvorens deze terug worden opgehaald. De eenvoudige aanvaarding van het materiaal zal als erkenning van deze verantwoordelijkheden beschouwd worden en als bevestiging dat de materialen in goede staat verkeren bij ontvangst. Elke klacht achteraf zal worden geweigerd. De gemeentediensten kunnen ten allen tijde controle uitoefenen over het gebruik of de beveiliging van het uitgeleende materiaal.
Art. 8. - Schorsing van dienstverlening
Bij overtredingen van dit reglement kan de betrokken aanvrager uitgesloten worden van het gebruik van het uitgeleende materiaal of van toekomstige ontleningen.
Art. 9. - Verlies, beschadiging en teruggave van materiaal
De gemeentediensten leveren de goederen af in perfecte staat van onderhoud. Indien de gebruiker bij de levering schade aan het materiaal vaststelt of indien er materiaal ontbreekt dient de gebruiker de gemeentediensten hiervan in kennis te stellen op het ogenblik dat het materiaal in ontvangst wordt genomen. De gebruiker is aansprakelijk voor de teruggave van het ontleende materiaal in dezelfde staat.
Om het materiaal te vervoeren of te stockeren kan het verpakt zijn in karren of bakken. De gebruiker moet het materiaal na gebruik terug op dezelfde manier stapelen of verpakken. Indien dit niet correct werd uitgevoerd wordt er een vergoeding aangerekend aan de gebruiker, gelijk aan 10% van de volledige gebruikswaarde (incl. adm. Verwerkings- en leverkost) met een minimum van 20 euro. Daarbovenop worden de werkuren aangerekend die nodig zijn om het materiaal opnieuw te stapelen. Alleen de gebruiker draagt gedurende de hele gebruiksduur het risico voor verlies of beschadiging van het ontleende materiaal. De gebruiker verbindt zich ertoe de gemeentediensten binnen 24 uur op de hoogte te brengen indien een van volgende zaken zich voordoet: diefstal, beschadiging door derden, rechterlijk beslag of beslaglegging door schuldeisers, faling.
Art. 10. - Gebruiksduur
De ontlening gebeurt steeds voor de duur van de activiteit, met een maximum van 7 opeenvolgende kalenderdagen. Bij langer gebruik wordt de extra duur aangerekend met een minimum van een periode van 7 kalenderdagen. De maximale periode voor de ontlening van dezelfde materialen wordt beperkt tot 1 maand.
Art. 11. - Betaling
De retributie dient betaald te worden ten laatste 14 kalenderdagen voor het eigenlijke evenement. Bij laattijdige wijzigingen dient de retributie onmiddellijk betaald te worden.
Indien na het uitsturen van het betaalverzoek het aantal bestelde materialen wordt verminderd, vindt geen terugbetaling van (een deel van) de retributie plaats.
De Academie Beeld Kontich wil haar inkomsten optimaliseren om de kwaliteit van dienstverlening te waarborgen. In dit kader wordt een administratieve kost ingevoerd die uitgaven dekt op vlak van administratie en communicatie.
Deze maatregel sluit aan bij een benchmark met andere lokale besturen: het merendeel hanteert een gelijkaardige bijdrage om administratieve en communicatieve kosten te dekken. Het gekozen voorstel houdt rekening met:
Het reglement voorziet bovendien in bijzondere vrijstellingen op gemotiveerd sociaal advies, waardoor maatwerk mogelijk blijft voor wie het nodig heeft.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Verwachte opbrengst: € 4.148/jaar
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
Retributiereglement administratieve kost Academie Beeld Kontich
Artikel 1. - Onderwerp
Voor elke leerling die zich inschrijft aan de academie wordt een jaarlijkse administratieve kost geheven ter dekking van administratieve en communicatieve kosten.
Art. 2. - Tarieven
| Leeftijdscategorie | Kost per schooljaar |
| ≤ 17 jaar | € 5 |
| ≥ 18 jaar | € 10 |
Art. 3. - Verminderingen en vrijstellingen
1. Sociaal tarief (gelijklopend met de verminderingsvoorwaarden inschrijving DKO): Leerlingen betalen 50% van de reguliere administratieve kost, dus:
2. Gezins- en leefeenheid- korting: vanaf het tweede gezinslid 50% korting.
3. Bijzondere vrijstellingen: mogelijk op gemotiveerd sociaal advies van het college.
Art. 4. - Inning en toepassing
De administratieve kost wordt gefactureerd bij inschrijving. Bij stopzetting na de officiële inschrijvingsperiode is geen terugbetaling mogelijk.
Art. 5. - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 september 2026 en geldt vanaf het schooljaar 2026-2027.
Het Gemeentebestuur Kontich heeft de afgelopen jaren maatregelen genomen voor bomen op openbaar en privaat domein ter bestrijding van eikenprocessierupsen. Afgelopen jaren is daar ook de ontzorging in kader van Aziatische hoornaars bij gekomen. Toekomstgericht is het onduidelijk of we met nieuwe plagen geconfronteerd worden en daarom is het nieuwe reglement open getrokken naar mogelijkheid om bij toekomstige plaagdierbeheersing in te grijpen met dit reglement. Om privé eigenaars ook de mogelijkheid te geven bepaalde plaagdieren te laten bestrijden waarvan het Gemeentebestuur Kontich het noodzakelijk vindt dat deze moeten bestreden worden wordt er een retributiereglement uitgewerkt.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Artikel 1.
De gemeenteraad heft volgende reglementen op:
Art. 2.
De gemeenteraad keurt onderstaand retributiereglement goed voor ontzorging in kader van plaagdierbeheersing met inwerkingtreding vanaf 1 januari 2026:
Retributiereglement ontzorging in kader van plaagdierbeheersing
Artikel 1.
Het Gemeentebestuur Kontich ondersteunt privé-eigenaars van bomen in kader van plaagdierbeheersing zoals eikenprocessierupsen en Aziatische hoornaars met een ontzorgingssysteem.
Art. 2.
Het Gemeentebestuur Kontich stelt een firma aan ter bestrijding van plaagdieren in bomen. Op verzoek kan er ook bestrijding door diezelfde firma plaatsvinden op privaat domein onder de in artikel 3 gestelde voorwaarden.
Art. 3
De privé eigenaar kan een verzoek tot bestrijding richten aan de technische dienst en betaalt respectievelijk volgende bedragen aan de gemeente :
Art. 4.
De privé-eigenaar dient het verschuldigde bedrag op rekening van het Gemeentebestuur Kontich te storten vooraleer er opdracht kan gegeven worden aan de firma aangesteld door het Gemeentebestuur Kontich. De uiteindelijke kost van de interventies worden rechtstreeks aan het Gemeentebestuur Kontich gefactureerd door de aangestelde firma en de meerkost aan een interventie wordt door het Gemeentebestuur Kontich betaalt.
In het bestuursakkoord werd opgenomen dat de gemeente Kontich wil inzetten op een gezonde en sluitende begroting die in evenwicht is. Het voorzien van een retributie is één van de middelen die de gemeente Kontich ter beschikking heeft om de voormelde doelstelling van het bestuursakkoord waar te maken.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het volgende retributiereglement goed:
Retributiereglement voor vastgoedinformatie (VIP)
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;
5° vastgoeddossier: de combinatie van verschillende datasets, samengesteld uit vastgoedinformatie met betrekking tot een perceel, of een onderdeel, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteit, door Digitaal Vlaanderen wordt samengevoegd en door de lokale overheid ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager;
6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: elk van de volgende overheidsinstanties:
a) de instanties van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
b) de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, voor zover ze afhangen van de Vlaamse overheid of van een of meer andere instellingen met een publieke taak die afhangen van de Vlaamse overheid;
c) de instanties van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
8° aanvrager: de notaris of vastgoedmakelaar die in het kader van zijn beroepsactiviteiten of taken van algemeen belang die bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm bepaalde vastgoedinformatie nodig heeft en daartoe een aanvraag via het VIP doet;
9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4,1), van de algemene verordening gegevensbescherming.
Art. 2.
De gemeente Kontich verzamelt de opgevraagde vastgoedinformatie uit lokale gegevensbronnen. Gemeente Kontich doet een beroep op het VIP om vastgoedinformatie uit centrale gegevensbronnen op te halen en samen te voegen met het vastgoeddossier. Gemeente Kontich stelt het vastgoeddossier via het Vastgoedinformatieplatform aan de aanvrager ter beschikking.
Met inging van 1 januari 2026 wordt ten voordele van de gemeente Kontich een retributie geheven op aanvragen, gedaan via het Vastgoedinformatieplatform, tot het verkrijgen van het vastgoeddossier.
Art. 3.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Art. 4.
Het bedrag van de retributie wordt vastgelegd op € 200,00 per vastgoeddossier.
Art. 5.
Athumi int de gemeentelijke retributie via het Vastgoedinformatieplatform in naam en voor rekening van de lokale overheden. De retributie wordt periodiek integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde vastgoeddossiers.
Art. 6.
De onbetwiste en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling ingevorderd conform artikel 177, tweede lid, van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
De betwiste en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling burgerrechtelijk ingevorderd.
Art. 7.
De vastgoeddossier die de gemeente Kontich via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, worden niet ondertekend aangezien het vastgoeddossier een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als een stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.
Art. 8.
Dit reglement vervangt vanaf 1 januari 2026 alle retributiereglementen die betrekking hebben op vastgoeddossiers, die vanaf de bekendmaking van dit reglement kunnen worden aangevraagd via het Vastgoedinformatieplatform.
In het kader van de evaluatie van subsidiereglementen werden verschillende reglementen afgeschaft. Dit geld voor de volgende reglementen:
De middelen die voorzien werden voor:
worden meegenomen als budget voor de impulssubsidies voor erkende cultuur- en jeugdverenigingen.
De middelen die voorzien werden voor:
worden meegenomen naar 1 overkoepelend subsidiereglement voor internationale solidariteit, in acht genomen een besparing op de middelen van 25% ten aanzien van de vorige legislatuur.
De middelen die voorzien werden voor:
worden meegenomen naar een nieuw omvattend reglement.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De afschaffing van deze subsidies brengt volgende besparing met zich mee op jaarbasis:
Enig artikel.
De gemeenteraad besluit volgende premies en/of subsidies af te schaffen met ingang van 1 januari 2026:
Met collegebesluit CBS/2017/719 is het college akkoord gegaan om via het coachingtraject van de Provincie (COOP-DH) een detailhandelsvisie te laten uitwerken. Het kernwinkelgebied werd in deze visie afgebakend.
Decreet lokaal bestuur van 20 december 2017; Art. 40-41
Wim Claes, schepen van lokale economie
In het MJP 2026-2031 is hiervoor € 24.000 voorzien.
Artikel 1.
De gemeenteraad heft met ingang van 1 januari 2026 het subsidiereglement vestigingspremie op, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 juni 2018 en laatst aangepast op 20 mei 2019.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement vestigingspremie goed, met inwerkingtreding vanaf 1 januari 2026:
Subsidiereglement vestigingspremie
Het gemeentebestuur van Kontich kent binnen de perken van de in het goedgekeurde budget ingeschreven kredieten een premie toe aan ondernemers die zich vestigen binnen de grenzen van het afgebakende kernwinkelgebied, winkelstimuleringsgebied of buurtwinkelgebied.
Artikel 1. - Definities
Ondernemer:
Worden beschouwd als ondernemers met een commerciële activiteit:
Kernwinkelgebied:
Winkelstimuleringsgebied:
Buurtwinkelgebied:
Vestigingspremie:
Een indirecte manier om leegstand te verminderen, is het stimuleren en ondersteunen van het ondernemerschap in de gemeente. De vestigingssubsidie heeft als doel de commerciële invulling van leegstaande panden opnieuw aan te wakkeren. het idee is dat bepaalde ondernemers gestimuleerd worden om zich te vestigen in één van de 3 afgebakende gebieden omwille van de aangeboden financiële steun voor de vestiging van een zaak. Een hogere graad van zelfstandig ondernemerschap leidt tot een grotere inname van panden.
Verhuis:
Een verplaatsing van een bestaand handelspand naar een andere locatie.
Art. 2.
De premie wordt toegekend aan ondernemers met een commerciële activiteit, meer bepaald het uitbaten van een kleinhandelszaak, die hun activiteit vestigen in een leegstaand handelspand binnen het Kontichse afgebakende kernwinkelgebied, winkelstimuleringsgebied of buurtwinkelgebied.
Indien de ondernemer zijn activiteit of beroep uitoefent onder de juridische vorm van een rechtspersoon, wordt de premie toegekend aan de rechtspersoon.
Art. 3.
De premie kan worden aangevraagd door:
Art. 4.
Komen niet in aanmerking voor het bekomen van de premie:
Art. 5. - De premiebedragen
Vestigingspremie:
Kernwinkelgebied:
Winkelstimuleringsgebied:
Buurtwinkelgebied: (enkel voor slager, bakker, kruidenier, viswinkel en buurtsupermarkt)
Een verhuis binnen deze 3 afgebakende gebieden is niet van toepassing om aanspraak te maken op de vestigingspremie.
Art. 6.
Om de premie te kunnen bekomen dient de ondernemer een aanvraag te doen bij het college van burgemeester en schepenen via het daartoe voorziene digitale aanvraagformulier. De aanvraag moet ingediend worden maximum twee maanden voor en ten laatste drie maanden na datum waarop de uitbating van de zaak start gaat. De ondernemer moet bereid zijn alle extra informatie over te maken die door het college van burgemeester en schepenen wordt opgevraagd. De aanvragen worden volgens datum van ontvangst chronologisch behandeld. Indien het budget van een bepaald dienstjaar is opgebruikt, wordt de eerstvolgende aanvraag als eerste behandeld tijdens het daaropvolgende dienstjaar. Het college van burgemeester en schepenen beslist over elke individuele aanvraag. Bij twijfel of discussie heeft de gemeente de doorslaggevende eindbeslissing. Door het indienen van de aanvraag aanvaardt de ondernemer/handelaar uitdrukkelijk alle bepalingen en voorwaarden van onderhavig reglement.
Het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier moet vergezeld zijn van volgende stavingsstukken:
Met dit reglement promoten we eigenaars en huurders die gronden beheren onder een natuurbeheerplan type 3 of 4 zoals bedoeld in artikel 16ter en artikel 16sexies van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
Overheden of openbare besturen worden uitgesloten van dit subsidiereglement.
Het doel van deze subsidie is:
Een beheerder van een type 3 of 4 natuurbeheerplan wordt beschouwd als iemand die van natuurbeheer zijn corebusiness maakt.
Hierdoor vervalt het recht om ook deel te nemen aan de subsidies van algemeen belang voor wat betreft het punt 5.4 zijnde alle activiteiten die kaderen in adoptie van groenzone, het natuurbeheer, onderhoud van kleine landschapselementen, enz.
De beheerder kan wel blijvend gebruik maken van het subsidiereglement algemeen belang voor alle andere punten.
Andere (jeugd)verenigingen dan de subsidiegerechtigde beheerder komen wel in aanmerking voor de subsidies in het kader van het algemeen belang, zelfs wanneer de activiteit van het natuurbeheer plaatsvindt op de gesubsidieerde percelen.
De aanvrager van de subsidie dient met het college van burgemeester en schepenen een samenwerkingsovereenkomst te maken bij de opstart van de subsidie.
De subsidie bedraagt 200 euro per hectare die zoals in de andere ondersteunende reglementen geïndexeerd worden in het 2de en het 5de jaar van de legislatuur.
Volgens artikel 41; 2° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van gemeentelijke reglementen.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt onderstaand subsidiereglement goed:
Subsidiereglement voor eigenaars en huurders die gronden beheren onder een geïntegreerd natuurbeheerplan type 3 of 4 op het grondgebied van de gemeente Kontich
Artikel 1. – Doel van dit subsidiereglement
Met dit reglement promoten we eigenaars en huurders die gronden beheren onder een natuurbeheerplan type 3 of 4 zoals bedoeld in artikel 16ter en artikel16sexies van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
Het doel van deze subsidie is:
Art. 2. – Wie komt in aanmerking voor dit subsidiereglement
Elke beheerder die gronden in eigendom heeft, aankoopt of beheert met als doel om er een beheerplan type 3 of 4 op te leggen of al aanwezig is komt in aanmerking voor deze subsidie.
Overheden of openbare besturen worden uitgesloten van dit subsidiereglement.
Art. 3. – Modaliteiten
Voor gronden waarop een type 4 beheerplan gevestigd wordt, gaat de subsidie al in van zodra men kan aantonen dat de volgende passage in de definitieve aankoopakte, pacht-, gebruik- of huurovereenkomst is opgenomen: verklaart deze gronden aan te kopen, te huren of te gebruiken om er een natuurreservaat van te maken overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Conform artikel 16quater decies, §2 van het voormelde decreet wordt op deze gronden een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid gevestigd. Deze luidt als volgt: “De erkenning als natuurreservaat vestigt een erfdienstbaarheid tot algemeen nut op het terrein, meer bepaald een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid van duurzaam gebruik en langdurige beheer als natuurreservaat.
Deze vestiging van de bovenstaande publiekrechterlijke erfdienstbaarheid is voldoende om subsidie al te kunnen verkrijgen daar dit garantie biedt op een definitieve erkenning als natuurreservaat met een type 4 natuurbeheerplan.
Voor gronden die aangekocht worden met als de bedoeling hierop een type 3 beheerplan te vestigen gaat de subsidie pas in wanneer de Vlaamse overheid het geïntegreerd natuurbeheerplan type 3 heeft goedgekeurd. Het is het jaar van de goedkeuring dat geldt als start van de subsidie.
Bij gehuurde of gebruikte gronden dient er minstens in het contract met de eigenaar te staan dat het goed beheerd zal worden met als doel een natuurreservaat op te richten. Een definitieve goedkeuring van het geïntegreerd natuurbeheerplan is dus niet nodig.
Art. 4. - Regelingen rond cumul met andere gemeentelijke subsidies
Een beheerder van een type 3 of 4 natuurbeheerplan wordt beschouwd als iemand die van natuurbeheer zijn kerntaak maakt of dit in zijn missie heeft staan.
Hierdoor vervalt het recht om ook deel te nemen aan de subsidies van algemeen belang voor wat betreft het punt 5.4 zijnde alle activiteiten die kaderen in de adoptie van een groenzone, het natuurbeheer, onderhoud van kleine landschapselementen, enz.
De beheerder kan wel gebruik maken van het subsidiereglement algemeen belang voor alle andere punten wanneer het om een vereniging gaat.
Andere (jeugd)verenigingen dan de subsidiegerechtigde beheerder blijven wel in aanmerking komen voor alle paragrafen van de subsidies in het kader van het algemeen belang, zelfs wanneer de activiteit van het natuurbeheer plaatsvindt op gronden van de gesubsidieerde hectaren. De subsidie is dan evenwel strikt voorbehouden voor de helpende vereniging of organisatie en niet voor de beheerder van het gebied welke instaat voor de realisatie van het natuurbeheerplan type 4 of 3.
Wanneer misbruik vastgesteld wordt kan de subsidie teruggevorderd worden.
Art. 5. - Bedrag
Het bedrag is € 200 per jaar per hectare beheerde grond geïndexeerd in het 2de en 5de jaar van de legislatuur.
Het aantal ha wordt afgerond tot op 1 cijfer na de komma volgens de regulier geldende afrondingsregels.
Art. 6. – Voorwaarden voor het verkrijgen van een subsidie
Er dient verder aan volgende voorwaarden voldaan te worden:
Art. 7. – Procedure van de aanvraag
Bij de opstart dient de aanvrager een volledig overzicht te bezorgen aan het college van burgemeester en schepenen van de gronden die in beheer zijn en onder type 4 of 3 natuurbeheerplan liggen zoals bepaald in artikel 3. Hierbij dient een overzicht te worden gemaakt van de kadastrale percelen en gronden en hun oppervlakte die ze bestrijken. Deze informatie dient voor 1 april bezorgd te worden.
Enkel de gronden die onder natuurbeheer waren van het voorgaande jaar komen daarbij in aanmerking.
Deze lijst moet ingediend worden samen met de in het artikel 6.2° door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst. Eens deze lijst en de samenwerkingsovereenkomst goedgekeurd dient de subsidie jaarlijks uitbetaald worden voor dat aantal opgegeven hectaren.
Wanneer er geen wijzigingen zijn tegenover vorig jaar, volstaat het dat de beheerder dit gewoon schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen meedeelt voor 1 april om de subsidie te laten uitbetalen.
Wanneer er wel wijzigingen zijn dient een actuele lijst bezorgd te worden met de aanpassingen die zijn gebeurd. Deze wijzigingen dienen door het college van burgemeester vooraf goedgekeurd te worden alvorens de subsidie kan gewijzigd uitbetaald worden.
Het college van burgemeester en schepenen kan daarbij altijd beslissen dat de aanvrager steekproefsgewijs op eenvoudig verzoek extra bewijsstukken moet aanleveren waaruit blijkt dat de gronden effectief in beheer zijn, gehuurd wordt of gekocht is door de aanvrager om het te beheren als natuurreservaat op straffe van verval van (een gedeelte van) de subsidie.
Art. 8. – Uitbetaling van de subsidie
De subsidie wordt jaarlijks uitbetaald op de opgegeven rekening van de aanvrager uiterlijk 3 maanden na de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
Er kunnen evenwel geen laattijdigheidinteresten gevorderd worden bij laattijdige uitbetaling van de subsidie door het gemeentebestuur.
Art. 9. - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Binnen de domeinen cultuur, jeugd en sport werden parallelle trajecten gelopen. De inzet was om komaf te maken met ingewikkelde puntensystemen, gebaseerd op een veelheid van vaak achterhaalde en niet te controleren criteria.
Voor wat betreft cultuur en jeugd is er een gedragen voorstel, met neerslag in 1 geïntegreerd reglement. Voor sport bleek de oefening iets complexer. Voorstel is om mits goedkeuring van de gemeenteraad de vermelde reglementen binnen het domein jeugd en het domein cultuur te vervangen door een geïntegreerd reglement voor cultuur en jeugd. Voor sport wordt nog 1 jaar gewerkt met het huidige reglement. De lopende oefening wordt verdergezet en met oog op 1/1/2027 zal ook voor sport een nieuw reglement geïntegreerd worden.
De uitgangspunten van het nieuw systeem:
Op basis van een beperkt aantal criteria waarop het bestuur wilt sturen worden verenigingen ingeschaald in categorieën. Aan elke categorie is een dynamisch forfaitair bedrag gekoppeld:
Voorts gelden de volgende principes:
Naast werkingssubsidies die volgens dit systeem worden georganiseerd, voorzien we ook impulssubsidies.
Het nieuwe reglement "erkende cultuur- en jeugdverenigingen" vervangt de bestaande reglementen:
Het nieuwe reglement, inclusief projectie van de verdeling van de forfaitaire bedragen op basis van gegevens 2025, werd afgetoetst met de jeugdraad en cultuurraad.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Jeugdraad en cultuurraad werden bevraagd en opmerkingen verwerkt.
Te voorziene budgetten (deze bedragen zijn exclusief een te voorziene indexering in jaar 2 en jaar 5 van de legislatuur)
64930000 Toegestane werkingssubsidies aan verenigingen
075000 Jeugdsector en verenigingsondersteuning: € 67.000
073900 Overig kunst- en cultuurbeleid algemeen:
Artikel 1.
De gemeenteraad heft volgende reglementen op met ingang van 1 januari 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement goed:
Subsidiereglement voor de erkende cultuur- en jeugdverenigingen van Kontich
Algemene bepalingen
Artikel 1. – Algemeen
Erkende cultuur- en jeugdverenigingen die via dit reglement een werkingssubsidie ontvangen, kunnen voor eenzelfde activiteit of voor hun reguliere werking geen aanspraak maken op andere subsidies van de gemeente. De subsidie bestaat uit een werkingssubsidie en impulssubsidie. De subsidiëring is opgedeeld in twee domeinen: cultuur en jeugd.
Art. 2. - Werkingssubsidie
De werkingssubsidie heeft als doel de verenigingen te ondersteunen in de ontplooiing van hun basiswerking. Erkende verenigingen kunnen aanspraak maken op subsidies, mits ze voldoen aan bepaalde voorwaarden. De werkingssubsidie is opgedeeld in verschillende categorieën. Aan elke categorie zijn specifieke voorwaarden en een dynamisch forfaitair subsidiebedrag gekoppeld:
Afhankelijk van de werking valt een vereniging binnen een bepaalde categorie. De werkingssubsidie wordt per beleidsdomein toegekend binnen het voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.
Art. 3. – Impulssubsidies
Het lokaal bestuur wil verenigingen impulsen geven om hun werking te versterken rond bepaalde thema’s. Alle verenigingen die een werkingssubsidie ontvangen, kunnen aanvullend impulssubsidies aanvragen. De thema’s worden aan het begin van de bestuursperiode geselecteerd op basis van de beleidsdoelstellingen in het meerjarenplan. Er wordt gestreefd naar gemeenschappelijke uitdagingen over de beleidsdomeinen heen. De thema’s worden hieronder nader toegelicht. De impulssubsidie wordt per domein toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.
Duiding bij de thema's:
a. Duurzaamheid
Een vereniging of club die aan duurzaam bestuur doet, denkt na over de toekomst en dat op verschillende vlakken. Op ecologisch verantwoorde wijze omgaan met de dagdagelijkse organisatie, maar ook het investeren in duurzame materialen zijn toonaangevend voor een werking met een focus op duurzaamheid.
Enkele voorbeelden:
b. Samenwerking en netwerking
De vereniging gaat structurele of occasionele samenwerkingsverbanden aan met andere verenigingen of met andere organisaties. De samenwerking kan betrekking hebben op activiteiten, op bestuursniveau, op reguliere werking…
Enkele voorbeelden:
c. Inclusieve Vrije Tijd
Clubs en verenigingen die zich inzetten voor verschillende doelgroepen en/of kansengroepen en werk maken van inclusieve vrije tijd willen we extra ondersteunen.
Enkele voorbeelden:
Art. 4. - Overige definities
We bieden een verklarend overzicht van enkele veel gebruikte concepten binnen dit reglement:
Kalenderjaar: Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot 31 december.
Schooljaar: Een schooljaar loopt van 1 september tot en met 30 juni.
Socio-culturele vereniging, lid van: Een lid van een socio-culturele vereniging wordt gedefinieerd als een natuurlijke persoon die het jaarlijkse lidgeld heeft betaald of in het afgelopen kalenderjaar aantoonbaar heeft meegewerkt aan minstens één activiteit of evenement georganiseerd door de vereniging.
Werkjaar: Een werkjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus.
Wijk- en dorpsraden (cultuur): Verenigingen met als hoofddoel het bevorderen van de sociale cohesie en contacten voor inwoners van een afgebakend gebied binnen onze gemeente.
Domein Cultuur
Art. 5. - Doelstelling
De subsidiëring van de erkende cultuurverenigingen heeft tot doel hen de mogelijkheid te geven hun werking verder uit te bouwen en/of te professionaliseren. Het beleid wil hiermee het verenigingsleven stimuleren om zoveel mogelijk inwoners aan cultuurparticipatie te laten doen en de sociale cohesie te bevorderen.
Art. 6. - Verdeling en berekening van de subsidie
Socio-culturele verenigingen
| Categorie | Bedrag | Voorwaarden met omschrijving |
| A | € 300 |
|
| B | € 550 |
|
| C | € 1250 |
|
*De verenigingen die niet cumulatief voldoen aan de voorwaarden voor categorie C vallen in de lagere categorie.
Sociaal-artistieke verenigingen
| Categorie | Bedrag | voorwaarden met omschrijving |
| A | € 450 |
|
| B | € 600 |
|
| B+ | € 750 |
en
|
| C | € 750 |
en
|
| D | € 1100 |
en
en
|
Domein Jeugd
Art. 7. - Doelstelling
De subsidiëring van de erkende jeugdverenigingen heeft tot doel hen de mogelijkheid te geven hun werking verder uit te bouwen en/of te professionaliseren. Het beleid wil hiermee het verenigingsleven stimuleren om zoveel mogelijk kinderen en jongeren van de gemeente Kontich op een kwalitatieve manier aan te zetten tot ontmoeten, spelen en groeien.
Art. 8. - Verdeling en berekening van de subsidie
1. Georganiseerd jeugdwerk
Elke erkende jeugdvereniging die beroep wil doen op deze subsidiëring dient te voldoen aan volgende voorwaarden:
Naast deze algemene voorwaarden, zijn er extra criteria die bepalen tot welke categorie de vereniging behoort, dewelke het bedrag van de subsidie bepaalt.
| Categorie | Bedrag | Extra voorwaarden met omschrijving |
| A | € 2000 |
|
| B | € 5000 |
|
| C | € 7000 |
|
| D | € 9000 |
|
*Voorwaarden ledenaantal: Desgevraagd kan de gemeente om bijkomende verificatie vragen om het ledenaantal correct te beoordelen voor subsidiëring. De vereniging bezorgt in dat geval een officiële, geanonimiseerde ledenlijst (indien beschikbaar op te vragen bij de betreffende koepelorganisatie).
2. Open jeugdwerk
| Categorie | Bedrag | Voorwaarden met omschrijving |
| Jeugdhuis | € 6000 |
|
Aanvraag, betwisting en uitbetaling
Art. 9. - Aanvraag
A) Werkingssubsidie
B) Impulssubsidies
Art. 10. - Betwisting
Bij betwisting over de toekenning van subsidies kan de vereniging een bezwaarschrift richten aan het college van burgemeester en schepenen. Dit gebeurt schriftelijk of via mail, gemotiveerd en ondertekend, binnen een termijn van twee weken. Die vraagt op haar beurt advies aan de betrokken adviesraad. Indien van dit advies wordt afgeweken, motiveert het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing.
Art. 11. - Uitzondering
Uitzonderlijk kunnen verenigingen die afwijken van de voorwaarden, maar een degelijke argumentatie kunnen voorleggen, in een bepaalde categorie aanvaard worden. Dit kan na advies door de betrokken adviesraad. De uiteindelijke beslissing wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 12. - Uitbetaling
Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, wordt de subsidie zo spoedig mogelijk uitbetaald op het bankrekeningnummer, vermeld op het aanvraagformulier. De aanvrager verbindt zich ertoe elke wijziging van zijn rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.
Art. 13. - Onjuiste of misleidende informatie
Indien een vereniging bij een subsidieaanvraag onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekt, wordt dit beschouwd als een ernstige tekortkoming.
Art. 14. - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Deze subsidie wordt in een apart reglement opgenomen aangezien dit geen subsidie aan verenigingen betreft maar aan individuele jongeren. De bestaande tekst werd aangepast op volgende punten:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Jeugdraad en cultuurraad werden bevraagd en opmerkingen verwerkt.
Te voorziene budgetten (deze bedragen zijn exclusief een te voorziene indexering in jaar 2 en jaar 5 van de legislatuur)
64930000 Toegestane werkingssubsidies aan verenigingen
075000 Jeugdsector en verenigingsondersteuning: € 67.000
073900 Overig kunst- en cultuurbeleid algemeen:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement voor kadervorming goed:
Subsidiereglement kadervorming
Artikel 1. – Algemeen
Kadervorming is een overkoepelende term voor vormingstrajecten die jeugdverenigingen en koepelorganisaties aanbieden aan jongeren voor het behalen van een attest als animator, hoofdanimator of instructeur in het jeugdwerk. De gemeente voorziet financiële steun aan Kontichse jongeren in de vorm van een subsidie om de drempel om deel te nemen aan deze vormingen te verlagen, zodat jongeren zich kunnen ontplooien en hun engagement in het jeugdwerk kunnen uitbouwen.
Art. 2. – Voorwaarden
Deze subsidie is gericht op Kontichse jongeren. Niet-Kontichse jongeren die leiding zijn in een Kontichse erkende jeugdvereniging kunnen ook beroep doen op deze subsidie indien ze deze in eigen stad of gemeente niet krijgen. De cursussen die in aanmerking komen voor een kadervormingstoelage, moeten voldoen aan de erkenningsvoorwaarden van het Departement cultuur, Jeugd en Media. Je vindt alle actuele aanbieders op de Kavo-tool.
Art. 3. – Subsidiëring
Er wordt gesubsidieerd voor 100% van de cursusprijs, met een maximum van € 200 per werkjaar. Dit werkjaar loopt van 1 september t.e.m. 31 augustus.
Art. 4. - Procedure
Via een digitaal formulier op onze website, vraag je de terugbetaling aan. Je laadt hier je bewijs van deelname op, dat op het moment van indiening niet ouder mag zijn dan 1 jaar. De uitbetaling van de subsidie gebeurt op een door de aanvrager opgegeven rekeningnummer, ten laatste zes maanden na de aanvraag.
Art. 5. - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
De subsidiereglementen binnen domein vrije tijd, flankerend onderwijsbeleid en mondiaal beleid besproken.
Mondiaal beleid: Subsidiereglement internationale solidariteit
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Te voorziene budgetten
016000/64930000 Hulp aan het buitenland/ Toegestane werkingssubsidies
€ 22.500
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement goed:
Subsidiereglement internationale solidariteit
Algemene bepalingen
Artikel 1.
Binnen de perken van de budgetten voor internationale solidariteit, elk jaar voorzien in de begroting van het lokaal bestuur, worden toelagen uitgekeerd aan initiatieven, diensten en organisaties op grond van dit reglement.
Art. 2.
Het totale voorziene budget wordt jaarlijks als volgt over de verschillende categorieën verdeeld:
Art. 3.
In geval er een overschot is op één van de categorieën, doet het dagelijks bestuur een voorstel aan de Mondiale Raad tot herbestemming binnen één van de andere categorieën.
Art. 4.
Deze subsidie kan niet gecombineerd worden met andere subsidies van het lokaal bestuur voor dezelfde activiteit.
Art. 5.
De mondiale activiteiten/projecten moeten steeds een duidelijke Noord-Zuid link hebben én er moet een koppeling mogelijk zijn met de SDG’s (Sustainable Development Goals = duurzame ontwikkelingsdoelen). Thema’s die in aanmerking komen zijn bv. armoede in het Zuiden, migratie, Fairtrade, wereldwijde klimaatsverandering,
mensenrechten, vrede en geweld…
Art. 6.
Controle op de naleving van het subsidiereglement en op de juistheid van de ingediende gegevens kan op ieder ogenblik uitgeoefend worden door de bevoegde dienst. Het vaststellen van inbreuken kan leiden tot uitsluiting van deze en andere gemeentelijk subsidies of terugvordering van de verleende subsidie.
Categorieën
Art. 7.
Noodhulp
N.a.v. een noodsituatie (natuurramp, burgeroorlog, vergeten conflicten…) kan de Mondiale Raad beslissen om noodhulp te adviseren.
Noordwerking
Noordwerking verwijst naar activiteiten die hier in België – en dus in het "Noorden" – plaatsvinden om mensen bewust te maken van mondiale thema’s zoals armoede, ongelijkheid, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Deze acties zijn meestal educatief, sensibiliserend of fondsenwervend en ondersteunen een ontwikkelingsproject in het Zuiden. Ze worden vaak georganiseerd door vrijwilligers, scholen of verenigingen en hebben als doel om internationale solidariteit te versterken en wereldburgerschap te stimuleren.
Art. 8.
Om in aanmerking te komen voor het verkrijgen van deze subsidie moeten de aanvragers aan de volgende voorwaarden voldoen:
Het subsidiebedrag wordt bepaald in functie van het aantal aanvragen en beschikbaar budget. Maximaal 75% van effectieve kosten wordt terugbetaald na evaluatie van het schriftelijk verslag, met een maximum van € 500.
Activiteiten van verenigingen
Art. 9. - Verenigingen
Elke Kontichse vereniging of lokale werkgroep van een erkende ngo kan een aanvraag indienen voor het bekomen van toelagen voor de organisatie van publieksgerichte activiteiten, waarbij het hoofdaccent ligt op de sensibilisatie en informatie van de Kontichse bevolking t.a.v. mondiale thema’s. Er moet een duidelijke Noord-Zuid link zijn. De aanvrager engageert zich om het lokaal bestuur en de Mondiale Raad te informeren over de activiteit. De subsidie kan ook aangewend worden voor de aankoop/verkoop van fairtrade producten.
Om in aanmerking te komen voor het verkrijgen van deze subsidie moeten de activiteiten aan de volgende voorwaarden voldoen:
Activiteiten van scholen
Art. 10. - Scholen
Elke school die gevestigd is op het grondgebied van Kontich kan een aanvraag indienen voor het bekomen van toelagen voor activiteiten die georganiseerd worden in het kader van de SDG’s. Dat kan gaan om bijvoorbeeld een mondiale dag met workshops, een uitwisseling, een traject onder begeleiding van een educatieve organisatie, een uitstap naar een mondiale expo of wereldcinema...
De subsidie kan ook aangewend worden voor de aankoop/verkoop van fairtrade producten.
Het is mogelijk om voor verschillende mondiale activiteiten een aanvraag in te dienen. De totale som van de aangevraagde subsidies van 1 scholenvestiging kan echter nooit meer zijn dan € 500 per jaar.
Zuidwerking
Art. 11.
De mondiale raad adviseert lokaal bestuur Kontich inzake subsidies aan projecten in ontwikkelingslanden. Het project waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, bevindt zich in één van de landen van de DAC-lijst die op dat moment geldt of op de lijst van partnerlanden van de Federale of Vlaamse Overheid die op dat moment geldt.
Art. 12.
Voorwaarden voor het project:
Beoordelingscriteria voor het project:
Art. 13. - Procedure
Er zal een jaarlijkse deadline gecommuniceerd worden die toelaat om de adviezen tijdig voor te bereiden voor de aangewezen algemene vergadering. De leden van de algemene vergadering van de Mondiale Raad stellen een gemotiveerd advies op over de aanvragen gebaseerd op het subsidiereglement en het ingevulde aanvraagformulier. Dit advies kan voorbereid worden door een werkgroep opgericht binnen de adviesraad. Dit advies wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen die finaal beslissen. Een gemotiveerde beslissing wordt bezorgd aan de aanvrager door de bevoegde ambtenaar.
Art. 14. - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
In het kader van de hervorming van de gemeentelijke sociale toelagen, zoals hier vermeld: Sociale toelagen (gemeentelijk) - Gemeente Kontich, worden de bestaande toelagen geëvalueerd en aangepast.
De toelagen aan instellingen (zoals beschutte werkplaatsen en dagverblijven) waar volwassenen met een handicap verblijven, evenals de toelagen aan instellingen voor mindervalide kinderen, worden hierbij opgeheven.
De tussenkomst in de vervoerskosten blijft behouden voor personen met een handicap die zich verplaatsen van en naar een vergunde semi-residentiële voorziening voor werk of dagbesteding, en die nog niet beschikken over een Persoonsvolgend Budget.
Met deze aanpassing richt de gemeente haar ondersteuning specifiek op personen met een handicap met een vervoersnood. De gemeentelijke toelage blijft daarbij een aanvullende steun, bovenop bestaande tegemoetkomingen en budgetten.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40-41
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Voor het aangepaste reglement wordt een bedrag van € 4230 uitgetrokken. Dit komt overeen met het bestaande budget dat tot op heden voorzien was voor de hierboven vermelde, verouderde toelagen.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend reglement omtrent de gemeentelijke sociale toelage in verplaatsingskosten naar en van de beschermde werkplaats of dagverblijf voor personen met een handicap goed om in te gaan op 1 januari 2026:
Reglement sociale toelage in vervoerskosten voor personen met een handicap
Artikel 1. - Doel
Rechthebbenden kunnen een tussenkomst krijgen in de vervoerskosten van en naar een semi-residentiële voorziening voor personen met een beperking voor hun tewerkstelling of dagbesteding (dagcentra, tehuizen werkenden, tehuizen niet-werkenden, internaten en semi-internatien, tehuizen voor kortverblijf).
Art. 2. - Doelgroep
Deze toelage geldt voor inwoners van Kontich met een erkende handicap door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Ze verplaatsen zich van en naar een vergunde semi-residentiële voorziening en ontvangen nog geen persoonsvolgend budget (omdat ze nog wachten op een beslissing of op de toekenning ervan).
Art. 3. - Tarieven
De vervoerskosten worden tot 100% van de kosten vergoed, met een maximale tussenkomst van € 625 per jaar.
Art. 4. - Aanvraagprocedure
De aanvraag wordt ingediend via de dienst zorg & gezondheid of via het e-loket 'Sociale toelage vervoerskosten personen met een handicap'.
Een rechthebbende die gebruikmaakt van een bijzondere vervoersdienst, bezorgt uiterlijk op 31 maart een factuur, afgeleverd door de inrichter van de vervoersdienst, met betrekking tot de vervoersperiode van het voorgaande kalenderjaar.
Deze factuur vermeldt:
Wanneer deze termijn verstreken is, vervalt het recht op de toelage.
De uitbetaling van de toelage wordt voorzien tegen 1 juni 2026.
Art. 5. - Bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen m.b.t. sociale toelagen voor personen met een handicap.
Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Samen met het ontwerp van het meerjarenplan bezorgt het bestuur de raadsleden ook de bijhorende documentatie. Die documentatie bevat meer gedetailleerde gegevens en achtergrondinformatie die de raadsleden moet in staat stellen om de meer gebalde informatie in het meerjarenplan beter te kunnen interpreteren.
Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd. De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Alle beleidsrapporten van het lokaal bestuur Kontich worden voortaan gepubliceerd via het beleidsportaal https://kontich.beleidsportaal.be/. Minstens 14 dagen voor de behandeling van een beleidsrapport op de raad, ontvangen de raadsleden een paswoord om toegang te krijgen tot het ontwerp van beleidsrapport via dit beleidsportaal. Na goedkeuring van het beleidsrapport door de raad, wordt dit publiek toegankelijk en kan iedereen dit consulteren. Ter info wordt de pdf van enerzijds het ontwerp en anderzijds de documentatie aan dit agendapunt gehecht wat u via het beleidsportaal ook kan terugvinden. De formele publicatie van het beleidsrapport blijft wel op het beleidsportaal plaatsvinden aangezien alles digitaal consulteerbaar moet blijven binnen de BBC 3.0 reglementering.
Adviezen Advies- en wijkraden
Na de principiële goedkeuring van het ontwerp-MJP 2026–2031 door het college van 27 oktober 2025, werd advies gevraagd aan de diverse advies- en wijkraden. Op maandag 27 oktober 2025 ontvingen zij een begeleidend schrijven met de vraag om hun advies te formuleren. De adviesraden kregen hiervoor de tijd tot uiterlijk 17 november 2025. De verzamelde adviezen en het antwoord hierop werden besproken op het college van 1 december 2025. Na goedkeuring werd dit antwoord teruggekoppeld naar de betrokken advies- en wijkraden.
Volgende raden hebben advies verleend:
Volgende raden hebben geen advies verleend:
Artikel 41 3° DLB - Het vaststellen van de beleidsrapporten van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in art. 249 DLB, blijft een exclusieve bevoegdheid van de raad en kan niet worden gedelegeerd.
Artikel 249 § 3. DLB - De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn. De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn niet goedkeuren als dat de financiële belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad.
Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
Het positief advies van het managementteam van 17 november 2025.
Artikel 1.
De gemeenteraad stelt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031 zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed en stelt daarmee het meerjarenplan in zijn geheel definitief vast.
De transactiekredieten van de investeringen 2026 worden in het voorstel van meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Kontich geraamd op € 551.800.
Door te werken met prijssubsidies worden investeringen in het AGB slechts gefinancierd à rato van de afschrijvingen. De aannemers en leveranciers willen echter bij (op)levering betaald worden en bij grotere investeringen kan dit voor het AGB leiden tot thesaurietekorten. Om dit tijdelijk thesaurietekort te overbruggen, is het aangewezen dat de gemeente een renteloze lening toestaat aan het AGB ter financiering van de investeringen.
De terugbetaling dient te gebeuren à rato van de afschrijving van de investeringen waarvoor deze renteloze lening werd uitbetaald. De terugbetaling begint dus pas te lopen op het moment van de activering van de investering in de boekhouding van het AGB.
Voorafgaande beslissing nr. 2010.047 dd. 30 maart 2010 bevestigt dat het renteloze karakter van een lening die wordt verstrekt door een gemeente aan een AGB niet wordt aangemerkt als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van het AGB.
De noodzakelijke kredieten zullen voorzien worden in het meerjarenplan van het gemeentebestuur Kontich.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgende leningsovereenkomst goed:
LENINGSOVEREENKOMST TRANSACTIEKREDIETEN INVESTERINGSPORTEFEUILLE 2026
Tussen:
De GEMEENTE KONTICH, met zetel te te 2550 Kontich, Gemeenteplein 1, hier vertegenwoordigd door:
Overeenkomstig artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is dit besluit van de gemeenteraad onmiddellijk uitvoerbaar doch onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht van de toezichthoudende overheid;
hierna genoemd ‘Uitlener’, enerzijds en
Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF KONTICH, afgekort “AGB Kontich”, met zetel te 2550 Kontich, Gemeenteplein 1 en ondernemingsnummer 0871.968.335, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur, zijnde de heer Luc ABRAMS,
Opgericht bij besluit van de gemeenteraad van de Gemeente Kontich op 13 september 2004 en goedgekeurd door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering op 8 december 2004 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 25 januari 2005;
Overeenkomstig artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is dit besluit van de raad van bestuur onmiddellijk uitvoerbaar doch onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht van de toezichthoudende overheid;
hierna genoemd ‘Lener’, anderzijds,
hierna samen genoemd ‘de partijen’
wordt een leningsovereenkomst gesloten met volgende voorwaarden:
Art. 1 – Voorwerp
De Uitlener verleent een lening aan de Lener, die de lening aanvaardt, gelijk aan de hoofdsom, met de duurtijd en volgens de regeling en de voorwaarden, zoals die hierna worden bepaald.
Art. 2 – Hoofdsom
De Lener erkent aan de Uitlener de som van € 551.800 verschuldigd te zijn. Dit bedrag wordt evenwel aangepast aan het effectief opgenomen bedrag.
Art. 3 – Doel van de lening
De lening zal uitsluitend worden aangewend voor de financiering van de transactiekredieten van de investeringen 2026.
Het bedrag van de lening wordt aan de Lener ter beschikking gesteld door opnamen via de rekening-courant tussen de Uitlener en de Lener.
Elke aanwending van het ontleende bedrag in strijd met deze overeenkomst heeft van rechtswege de onmiddellijke opeisbaarheid van het openstaande bedrag voor gevolg.
Art. 4 – Duurtijd
Deze lening is toegestaan voor een termijn tot 31 december 2059.
Tussen partijen is uitdrukkelijk overeengekomen dat al de bepalingen van de huidige overeenkomst na de vervaltijd van toepassing zullen blijven ingeval de terugbetaling, om het even welke reden, niet op de vastgestelde datum zou geschieden, en dit zonder alsdan afbreuk te doen aan de eisbaarheid.
Art. 5 - Vaststelling renteloosheid
Er is door de Lener geen enkele rente verschuldigd gedurende de volledige periode dat de lening loopt.
Art. 6 – Terugbetaling
De Lener verbindt zich er toe om het ontleende bedrag als volgt terug te betalen:
Afhankelijk van het bedrag dat effectief door de Lener wordt opgenomen, wordt de definitieve aflossingstabel opgesteld. De eerste vervaldag is 31 december van het jaar van ingebruikname van het actief.
De terugbetaling gebeurt in eerste instantie door middel van schuldvergelijking met de prijssubsidies die door de Uitlener aan de Lener verschuldigd zijn. De Lener machtigt de Uitlener om het passende bedrag op de prijssubsidies in te houden en te boeken als schuld aan de Lener. Deze inhoudingen worden gelijk gespreid over de vier kwartalen (behoudens akkoord van het directiecomité met een afwijking op de gelijke spreiding over de kwartalen).
Indien de prijssubsidies, die door de Uitlener aan de Lener worden toegekend, niet volstaan om de terugbetalingen te voldoen, is het saldo op de vervaldag betaalbaar op rekening BE66 0910 0009 8443 van de Uitlener.
Art. 7 - Boete bij te late terugbetaling
Over te laat terugbetaalde bedragen is door de Lener bij wijze van boete rente verschuldigd tegen het op dat ogenblik geldende Euribor rentepercentage (minimaal 0,00%), verhoogd met 100 basispunten, en zulks ten belope van het aantal maanden laattijdigheid waarbij iedere begonnen maand als een volledige maand zal worden aangerekend. De Uitlener is bevoegd onmiddellijke betaling daarvan te verlangen.
Ingeval van niet betaling binnen de vijftien (15) dagen na aanmaning bij ter post aangetekende brief wordt het volledige bedrag der lening onmiddellijk opeisbaar en zal het gehele nog verschuldigde bedrag vermeerderd worden met de rente zoals in vorige alinea berekend.
Art. 8 – Opeisbaarheid
Alle uit hoofde van de lening verschuldigde bedragen kunnen met onmiddellijke ingang worden opgeëist, en de lening geldt bij opeising als opgezegd indien:
× de Lener in strijd handelt met deze overeenkomst en het verzuim niet is te herstellen;
× de Lener in strijd handelt met deze overeenkomst en de Lener niet alsnog nagekomen heeft binnen 30 dagen na sommatie per aangetekend schrijven of een langere termijn in de sommatie genoemd, zich in regel te stellen.
Bij niet-naleving door de Lener van haar verplichting(en) heeft de Uitlener het recht onverminderd alle persoonlijke vorderingen en dwangmaatregelen in het algemeen verhaal uit te oefenen op al de goederen van de Lener zowel roerende als onroerende. Alle kosten van beslag, inbegrepen van bewarend beslag, zijn ten laste van de Lener.
Art. 9 - Wijzigingen
Deze leningsovereenkomst bevat de integrale overeenkomst tussen de Uitlener en de Lener en vervangt alle andere mondelinge - of schriftelijke overeenkomsten tussen de Partijen. Deze overeenkomst kan enkel schriftelijk en via uitdrukkelijk akkoord tussen de Partijen worden gewijzigd.
Art. 10 - Niet-overdraagbaarheid
Behoudens in gevallen, vermeld in onderhavige overeenkomst, kan deze overeenkomst, noch enige rechten daarin, geheel of gedeeltelijk worden overgedragen aan derde partijen.
Art. 11 - Toepasselijk recht
Deze Leningsovereenkomst renteloze lening is onderworpen aan het Belgisch recht. Enkel de hoven en rechtbanken van de woonplaats van de Uitlener zijn bevoegd.
Art. 12 – Splitsbaarheid
De nietigheid van één der artikelen van deze overeenkomst of een deel daarvan, tast de geldigheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst niet aan, noch van de overeenkomst in haar geheel. Hun afdwingbaarheid blijft onverminderd tot wat wettelijk toegelaten is.
Ingeval van ongeldigheid of onafdwingbaarheid van enige bepaling van de overeenkomst zullen partijen te goeder trouw onderhandelen teneinde deze te vervangen door een bepaling die zoveel mogelijk hetzelfde effect teweegbrengt als de ongeldige of onafdwingbare bepaling.
Evenzo zullen partijen te goeder trouw onderhandelen teneinde een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te vinden indien zich een situatie voordoet, die niet voorzien is in de overeenkomst.
Aldus opgemaakt en ondertekend te Kontich op 15 december 2025 in twee originele exemplaren, waarvan elke partij erkent er één te hebben ontvangen
Voor de Uitlener,
De Algemeen directeur, De Voorzitter van de gemeenteraad
K. ROMBAUT M.AKKERMANS
Voor de Lener,
De Voorzitter van de raad van bestuur,
L. ABRAMS
Om economisch leefbaar te zijn is het nodig dat het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich vanwege de Gemeente Kontich prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur.
Aan de gemeenteraad Kontich wordt goedkeuring gevraagd over het prijssubsidiereglement AGB Kontich.
Om economisch leefbaar te zijn is het nodig dat het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich vanwege de Gemeente Kontich prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur. Rekening houdende met een cijfermatige analyse en met het budget wordt er voorgesteld om vanaf 1 januari 2026 naar een factor 1,61 over te gaan.
Artikel 41, §2, 2° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van gemeentelijke reglementen.
De noodzakelijke kredieten zijn voorzien in het budget van het gemeentebestuur.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt volgend reglement goed:
Prijssubsidiereglement sportinfrastructuur AGB Kontich
Het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlage). Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten uit het verlenen van recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur minstens € 915.634,65 (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.
Om economisch rendabel te zijn wenst het autonoom gemeentebedrijf Kontich vanaf heden de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6% btw) voor recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur te vermenigvuldigen met een factor 2,61.
De Gemeente Kontich erkent dat het autonoom gemeentebedrijf Kontich, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6% btw) voor recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur moet vermenigvuldigen met een factor 2,61 om economisch rendabel te zijn.
Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur wenst de Gemeente Kontich dat er tijdens het kalenderjaar 2026 geen prijsverhogingen doorgevoerd worden ten aanzien van gebruikers van de sportinfrastructuur. De Gemeente Kontich wenst immers de toegangsgelden te beperken opdat de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur toegankelijk zijn voor iedereen. De Gemeente Kontich verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.
De waarde van de prijssubsidie toegekend door de Gemeente Kontich voor recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur bedraagt de prijs (inclusief 6% btw) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt vermenigvuldigd met een factor 1,61.
De gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief 6% btw) kunnen steeds geëvalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal de Gemeente Kontich deze steeds documenteren.
Het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich moet op de 15de werkdag van elk kwartaal de Gemeente Kontich een overzicht bezorgen van het aantal gebruikers waaraan recht op toegang is verleend tijdens het voorbije kwartaal tot de door het AGB geëxploiteerde sportinfrastructuur. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich uitreikt aan de Gemeente Kontich. De Gemeente Kontich dient deze debet nota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich binnen de 5 werkdagen na ontvangst.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 2027 zal worden onderhandeld tussen de Gemeente Kontich en het Autonoom Gemeentebedrijf Kontich vóór 1 januari 2027.
Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Samen met het ontwerp van het meerjarenplan bezorgt het bestuur de raadsleden ook de bijhorende documentatie. Die documentatie bevat meer gedetailleerde gegevens en achtergrondinformatie die de raadsleden moet in staat stellen om de meer gebalde informatie in het meerjarenplan beter te kunnen interpreteren.
Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd. De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Alle beleidsrapporten van het lokaal bestuur Kontich worden voortaan gepubliceerd via het beleidsportaal https://kontich.beleidsportaal.be/. Minstens 14 dagen voor de behandeling van een beleidsrapport op de raad, ontvangen de raadsleden een paswoord om toegang te krijgen tot het ontwerp van beleidsrapport via dit beleidsportaal. Na goedkeuring van het beleidsrapport door de raad, wordt dit publiek toegankelijk en kan iedereen dit consulteren. Ter info wordt de pdf van enerzijds het ontwerp en anderzijds de documentatie aan dit agendapunt gehecht wat u via het beleidsportaal ook kan terugvinden. De formele publicatie van het beleidsrapport blijft wel op het beleidsportaal plaatsvinden aangezien alles digitaal consulteerbaar moet blijven binnen de BBC 3.0 reglementering.
Artikel 41, §2, 21° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de goedkeuring van het meerjarenplan, en de aanpassingen ervan, van een autonoom gemeentebedrijf.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Kontich goed zoals vastgesteld door de Raad van Bestuur dd. 15 december 2025.
Er zijn enkele wijzigingen op het decreet op begraafplaatsen en lijkbezorging sinds 15 maart 2024. De wijzigingen werden in het bestaande begraafplaatsreglement aangepast. We hebben ook ineens enkele andere punten die verouderd waren of om aanpassing vroegen verbeterd in het reglement.
De grote aanpassingen zijn:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 40 §3: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Artikel 1.
De gemeenteraad heft met ingang van 1 januari 2026 het politie- en huishoudelijk reglement gemeentelijke begraafplaats op, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 13 februari 2023.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt het nieuwe politie- en huishoudelijk reglement gemeentelijke begraafplaatsen goed met inwerkingtreding vanaf 1 januari 2026.
De Vlaamse Overheid moedigt bibliotheken en culturele instellingen aan om samen te werken. Bibkwintet is een dergelijk samenwerkingsverband. Om in de zeven lokale besturen op eenzelfde manier te werken in de bibliotheek is een gemeenschappelijk gebruikersreglement noodzakelijk. Dit werd in 2019 gerealiseerd en in 2021 geactualiseerd.
TARIEVEN & GEBRUIKERSREGLEMENT
De aanpassingen in het gebruikersreglement en de tarieven gaan in vanaf 1 januari 2026 (op voorwaarde dat alle lokale besturen van Bibkwintet dit goedkeuren).
Tarieven
1/ Lidgeld
2/ IBL-kosten (interbibliothecair leenverkeer)
3/ Materiaalvergoedingen
4/ Kopiëren/printen/scannen
Gebruikersreglement
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Art. 41 §14: De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan.
Tijdens het Beheerscomité van Bibkwintet werd aan de bevoegde mandatarissen hun advies gevraagd. Zij hebben vragen kunnen stellen en aanpassingen voorgesteld.
Geen impact, budgetraming inkomsten werd voorzien in 070300/70200000.
Artikel 1.
De gemeenteraad gaat akkoord met de aanpassingen aan bibliotheekreglement en tarieven.
Art. 2.
Dit reglement gaat in voege op 1 januari 2026 en heft vanaf dan het gebruikersreglement op, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 22 juni 2021.
Sinds 2017 is Kontich erkend als onroerenderfgoedgemeente.
In 2017 werd ook de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) Zuidrand opgericht, die zich focust op bouwkundig erfgoed, landschappelijk erfgoed en archeologie.
Deze samenwerkingen werden vanaf 2017 ondergebracht bij de Streekvereniging Zuidrand.
De IOED ontving sinds 2017 jaarlijks een subsidie van een kleine 3000 euro voor elke onroerenderfgoedgemeente in zijn werkingsgebied (in dit geval enkel Kontich).
Door een wijziging in de regelgeving kon Kontich voor 2024-2026 een hogere subsidie aanvragen als onroerenderfgoedgemeente (OEG). nl. jaarlijks € 10.000, waarvan een deel bestemd is voor de IOED-werking die expertise aanlevert voor de OEG.
In het kader van een nieuwe subsidieaanvraag voor de periode 2027-2032, werd nu een beleidsplan opgemaakt dat vertrekt vanuit de Vlaamse beleidsprioriteiten waaraan moet worden voldaan.
Na een participatiesessie met de erfgoedraad, de verwerking van de acties rond onroerend erfgoed en erfgoedpubliekswerking in de meerjarenplanning, overleg, aanvulling en afstemming met de IOED en cultureelerfgoedcel van De Zuidrand, werd bijgevoegd beleidsplan voor deze periode uitgewerkt.
Het advies van de erfgoedraad werd verwerkt in de laatste versie van het plan in bijlage.
De extra middelen van deze Vlaamse subsidie omschreven in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 (art. 10.1.1.) en het Onroerend-erfgoedbesluit van 16 mei 2014 (art. 10.1.29.—10.1.42.) mogen uitsluitend worden aangewend voor het werven of inhuren van eigen personeel voor uitvoering van het onroerenderfgoedbeleidsplan.
Art. 389 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 bepaalt in zijn tweede lid dat de gemeenteraad of een gemeenteraadscommissie waakt over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op het gemeentelijk beleid.
Elke erkende onroerenderfgoedgemeente kan bij het agentschap Onroerend Erfgoed een aanvraag indienen voor subsidiëring vanaf 1 januari 2024, conform het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 (art. 10.1.1.) en het Onroerend-erfgoedbesluit van 16 mei 2014 (art. 10.1.29.—10.1.42.).
De werking van de erfgoedraad rond onroerend erfgoed is besproken in de vergadering van de erfgoedraad van 25 september 2025, zie verslag in bijlage.
Er is een advies over het beleidsplan geformuleerd, zie bijlage.
Financiële weerslag: inkomsten € 10.000, waarvan een deel toegekend aan de IOED volgens afspraken.
BBC 2020-2025
8.5.09 2020-2025
Vrijetijdsdienst erfgoed
Lokaal erfgoedbeleid
Beleidsondersteuning in het kader van immaterieel, roerend en onroerend erfgoed en concrete erfgoedzorginitiatieven, in overleg met de erfgoedraad, de erfgoedverenigingen en de Intergemeentelijke OnroerendErfgoeddienst (IOED).
Het lokaal bestuur kan voor de ondersteuning van zijn onroerenderfgoedbeleid rekenen op de expertise van de IOED bij de inventarisatie van het onroerend erfgoed, het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid rond archeologie binnen de grenzen van de bevoegdheden van de onroerenderfgoedgemeente.
Vlaamse beleidsprioriteiten
De gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud, het gebruik en herbestemming van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid (OEVBP01).
De gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed, en een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, en betrekt deze raad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid (OEVPB04).
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het beleidsplan onroerenderfgoedgemeente goed dat kadert in de subsidieaanvraag onroerenderfgoedgemeente bij de Vlaamse Overheid.
Vraag: Christel Beyens: Vraag i.v.m. Het BOA decreet. Heeft de St Michielsschool te weinig ondersteuning gekregen?
Cindy Vanbaeden antwoordt: Na overleg met de directie van de school blijkt dat er geen problemen werden ervaren met betrekking tot de ondersteuning door het lokaal bestuur. De bezorgdheid had voornamelijk betrekking op de mogelijke gevolgen die het participatietraject met zich zou kunnen meebrengen.
Er is 1 mondelinge vraag, zie zittingsverslag voor integrale versie.
De voorzitter sluit de zitting op 16/12/2025 om 00:42.
Namens Gemeenteraad,
Kizzy Rombaut
Algemeen directeur
Merel Akkermans
Voorzitter